klein Deens geluk

Grote en kleine inspiratie uit het gelukkigste land. Van smørrebrød tot windenergie.

7-maand-itch

In relaties schijnt er zoiets te bestaan als een ‘7 year itch‘: na 7 jaar samen is wat eerst spannend en grappig was, irritant en vervelend geworden. Vaak komt het daarna wel weer goed. Als je de leuke kanten tenminste nog leuk genoeg vindt.

Wel, een verkering heeft bij mij nog nooit de 7 jaar gehaald, maar mijn relatie met Kopenhagen zit nu wel in de zeven-regionen. 7 maanden, welteverstaan.

En ja, hoewel ik dit land over het algemeen een warm hart toedraag, en liever niet meedoe aan het ‘gastland-bashing’ zoals dat onder expats gebruikelijk is, heb ik er soms gewoon even geen zin in. In Denemarken. Daarna komt het meestal wel weer goed hoor (ik vind de leuke kanten leuk genoeg).

Maargoed. Daarom: mijn ontnuchterende zeven 7-maand-itches:

1. Tegenwind.

wind kopenhagen

Het waait. En waait. En waait.

Het waait in zeestad Kopenhagen altijd. En ook altijd recht in mijn gezicht. Welke kant ik ook opfiets. Dat betekent niet alleen dat ik altijd bezweet aankom, maar ook dat mijn haar (als ik geen winterse muts op heb) altijd alle kanten opwaait. Wind, stop daar eens mee!

Aan de andere kant: van een beetje tegenwind word je sterk. Da’s dan wel weer fijn.

2. Inflexibel.

fietsers dronning louises brug

Fietsers op Dronning Louises brug

In veel Aziatische landen kent men in het verkeer een natuurlijke ‘flow’. Er zijn geen echte verkeersregels om je aan te houden, slechts de ongeschreven regel ‘maak geen botsing met het verkeer dat je voor je ziet’. Net zoals mijn moeder me al van jongs af aan inwreef: “kijk altijd éérst links-rechts-links”. Wel, die ongeschreven-regel-kunde, daar doet men hier niet aan. Wel aan heel veel andere regels. De regel door-oranje-rijden-geldt-alleen-voor-wachtenden, bijvoorbeeld. We hebben hier namelijk rood-oranje-groen en ook groen-oranje-rood. Echter: het recht op rijden bij oranje, dat is alleen voorbehouden aan de wachtende kant. Dat betekent dat je, als je lekker in je fietsflow zit, en je net door oranje rijdt, je een vrij grote kans hebt te worden aangereden door de wachtende partij. Die ziet oranje en denkt; gáán, nu! 

Naast die 83549 andere regels is de moeite van links-rechts-links wel erg veel gevraagd, blijkbaar.

3. Varkensvleesoverschot.

Varken, varken, varken.

Varken, varken, varken.

Hoewel alles hier een opgewekt økolokisk-label draagt en het voor een bewuste eter dus een paradijs lijkt, is het voor een parttime vegetariër nagenoeg onmogelijk als vleesvervanger iets anders dan wortels of een ei te krijgen. Aan de andere kant van het carnivoor-spectrum zijjn vleesliefhebbers dan dus weer in het voordeel met alle pølser, flæskesteg, leverpostej, pulled pork en andere vormen van varken die hier uit de hemel rechtstreeks op je bord lijken te vallen.

4. Alcohol.

Een julefrokost-tafel aan het einde van de avond. Alle glazen leeg. En de mensen op de dansvloer.

Een gemiddeld dinerfeestje?

Lost alles op. Denkt men. Eenzaamheid, sociale isolatie, verlegenheid, somberheid, en andere levenskwesties. Dus drinkt men liters Tuborg. Of sterker spul. Zoveel en zo vaak mogelijk. En men vindt het nog stoer ook. Je kunt hier, ook na je 21e levensjaar, rustig de plee van je vrienden onderkotsen, vervolgens naakt door het park rennen en de volgende dag met alcoholvergiftiging wakkerworden in het ziekenhuis, en zeggen: ‘hahaha, ja, was een ‘awesome’ feestje he, gisteren’. Schaamte, of enig Nederlands calvinisme ten aanzien van overmatig alcoholgebruik bestaat niet of nauwelijks.

5. Men praat niet. Niet zomaar.

In liften. Bij de koffie-automaat. In de metro. Overal waar je geen formele verplichting hebt tot het aanknopen van een gesprek, blijft het angstvallig stil. Ik sta op mijn werk dus elke dag met dezelfde mensen voor de koffie-automaat, maar weet niets van ze. Niet hoe ze heten, niet wat ze gisteren gedaan hebben, niet of ze nog leuke vakantieplannen hebben. Ik vind dat op zijn minst wat ongemakkelijk. Een Deen vindt dat niet ongemakkelijk of onvriendelijk, maar ‘respect hebben voor elkaars privacy’. Daartegenover staat dus wel dat, als je eenmaal een formele relatie hebt (een vraag ‘waar vind ik een pinautomaat?’ is dan al genoeg), je nagenoeg altijd een glimlach, een grapje en een vriendelijk woord krijgt. Hartverwarmend onverwacht, vind ik dat vaak.

6. Stoplichten.

Men is er hier dol op. Het liefst zouden ze ook supermarkten, bedrijventerreinen en speeltuinen er vol mee zetten. Voor een gewone doorgaande weg is een simpele voorrangsweg met wat haaientanden dan ook niet geavanceerd genoeg. Met als gevolg dat ‘fietsen in Kopenhagen’ voor mij fietsen-stoppen-fietsen-stoppen-fietsen-stoppen-fietsen-stoppen-in-Kopenhagen is. Want die groene golf, die werkt nog steeds niet op mijn tempo. En sensoren, die de hoeveelheid verkeer registreren en op basis daarvan het verkeer regelen, kent men niet. Evenals de uitknop, voor als het ‘s avonds na 8 uur uitgestorven is, op straat. Ærgerligt!

7. Gemakzucht = naar bed met een broodje knakworst.

pølse

Broodje pølse (worst) met alles

Het gebeurt heel soms af en toe wel eens dat ik lui ben, weinig tijd heb, en geen zin heb om te koken. Omdat ik toch ook graag gezond eet, kwam ik dan vaak bij de gemaksafdeling van Albert Heijn uit. Voor een maaltijdsalade. Of een bakje fruit. In het ergste geval belegde ik zelf een verse pizzabodem met lekkere dingen. Hier is de gemakzuchtige kok echter aangewezen op, tja, een rødpølse (veredelde knakworst). Of een broodje flæskesteg (een veredelde speklap). En ik ben daar niet zo dol op. Dus eet ik wortels, rugbrød en Nederlandse kaas, als ik weer eens laat thuis kom.

Ik denk dat het tijd wordt dat ik me eens wat vaker aan regels ga houden. Met een biertje in de ene en mijn Nordisk mad-bog (Nordic kookboek) in de andere hand is mijn 7-month-itch dan wellicht zo over.

« »

© 2018 klein Deens geluk. Theme by Anders Norén.