klein Deens geluk

Grote en kleine inspiratie uit het gelukkigste land. Van smørrebrød tot windenergie.

De schoenentest

Er zijn allerlei redenen om fan te zijn van Scandinavië. Of je ‘een beetje Scandinaviër’ te willen voelen. De geinige taal, de stoerheid van Pippi Langkous, de esthetiek van landschap of design, de progressieve maatschappelijke koers. Maar er is maar één manier om erachter te komen of iemand Scandinavië ook écht in zijn bloed heeft. De schoenentest.

Ik heb veel Scandinaviëfans in mijn vriendenkring. Mijn verhuizing, in combinatie met één van bovenstaande redenen, is voor veel van hen reden voor een bezoekje aan Kopenhagen, dit jaar. Sterker nog; het bezoekseizoen is in volle gang. Ik heb net de derde lichting van het -nog zeer verse- voorjaar uitgezwaaid.

Naast gezelligheid biedt al dit bezoek mij ook een mooie Nederlandse spiegel op Denemarken. Ik leg ze allerlei dingen uit. En ben soms teleurgesteld als ze vragen stellen die ik allang op dit blog heb beantwoord (voor wie schrijf ik dit eigenlijk? -ja, goede vraag). Ik leg ze dingen voor, en peil hun reactie.

Mijn vrienden met een Scandinavië-fetish stel ik bloot aan een extra peiling. Want er is één ding dat de fashion-scandi’s onderscheidt van de echte scandi’s. Dat heeft niet zoveel te maken met je basiskennis van de taal, design, muziek of met hoe feministisch je bent, maar met de vraag: wat doe je met je schoenen in huis?

Het zit namelijk zo. Je huis, dat is je heiligdom. Dat is de plek waar niemand anders komt dan jijzelf, je familieleden en je aller- allerbeste vrienden. De plek voor ‘hygge’. De plek voor kaarslicht, een wijntje, de geur van vers brood, de kerstboom, nestelen op de bank, en uitgebreide diners met vrienden. Je brengt er lange donkere dagen en avonden door, als het buiten winter is. De plek van puurheid. Waar alles lief en schoon en fijn is.

Wie wil er op die plek vol ‘hygge’ nou sneeuw- of regendruppels, hondenpoepresten, straatvuil of andere ‘uhyggelige’ rommel?

Je schoenen, die trek je dus uit, voor je een huis binnenstapt.

Als gast in een Deens huis ben je uiteraard welkom om de gastheer- of vrouw even gedag te zeggen, de deur achter je dicht te doen, je jas uit te trekken, en je tas ergens neer te zetten. Maar na 5 minuten moet het toch wel gebeurd zijn. Dan moet je je voeten ontdaan hebben van smerigheid die de ‘hygge’ zou kunnen bezoedelen.

Maak je na het begroetingsritueel nog geen aanstalten om je te ontdoen van straatvuil, dan begint het al wat ongemakkelijk te voelen.

Banjer je vervolgens zomaar de huiskamer of keuken binnen met je smoezelige schoeisel, dan begint de vervreemding. Niemand zal het hardop zeggen, maar stiekem zal de gastheer- of vrouw het aantal zandkorrels aan het tellen zijn dat je ongevraagd mee naar binnen sleurt in zijn of haar hygge-heiligdom.

Ik betrapte me er dit weekend ook op. De eerste vijf minuten en drie seconden viel het me niet op. In minuut zes keek ik naar de schoenen, naar de vloer, weer naar de schoenen, en dacht ‘yukkie’. Vervolgens dacht ik ‘he, wat ongezellig’. En daarna zag ik mezelf dwangmatig al dit ongezellige vuil wegpoetsen. Liefst meteen, maar ik wist me te beheersen. We aten eerst gezellig paaschocolaatjes en maakten grapjes.

Toen zwaaide ik ze uit.

En nu ga ik de vloer poetsen.

« »

© 2018 klein Deens geluk. Theme by Anders Norén.