klein Deens geluk

Grote en kleine inspiratie uit het gelukkigste land. Van smørrebrød tot windenergie.

Het vierkoppige talenmonster

Sinds we een kind hebben, ben ik onderdeel van een viertalig huishouden. Onderling spreken de meneer en ik Engels. Tegen ons kind spreken wij beiden onze moedertaal (Duits danwel Nederlands). En tegen de buitenwereld spreken wij meestal Deens, net als de buitenwereld tegen ons en tegen ons kind.

“Waah cool dus ze is meertalig en HOE GAAT DAT DAN??” horen we gemiddeld genomen een paar keer per week. Als ik vervolgens in alle eerlijkheid antwoord: “Nou we doen ons best maar ze praat nog niet zoveel dus we gaan zien, hé” dan word ik overladen met goedbedoelde adviezen want de oom van de buurvrouw van de collega van Petertje, nou die had dat dus ook, een drietalig kind, en die deden het zo-en-zo en dat is heel essentieel en het is allemaal goed gekomen en het kind spreekt drie talen vloeiend.

Nou, fijn.

Het lijkt wel alsof iedereen meertalig-opvoed-expert is. Als ik zeg dat ik er wel wat boeken en wat blogs over gelezen heb dus vrij goed weet wat ik doe en waarom, wordt dat nauwelijks gehoord. Het enthousiasme over het aantreffen van zo’n exotenkind in het wild overschaduwt mijn nuchtere feiten.

Nu is het natuurlijk heel goed bedoeld, en mijn ergernis is vaak maar van korte duur. Het ís ook machtig interessant, taalverwerving, dus ik snap het wel. Vier talen tegelijk opbouwen in zo’n klein dreumesbreintje.

Maar ieder kind is anders. Iedere ouder is anders. Iedere motivatie is anders. Iedere vorm van taalbeheersing is anders (er is nogal een verschil tussen een kind dat gezellig kan kletsen over koetjes en kalfjes maar niet in diezelfde taal kan lezen en schrijven en een kind dat eindexamen Nederlands doet op VWO niveau). Ik kan gewoon niet voorspellen hoe ons kind is, ten aanzien van taal, hoe gemotiveerd wij blijven, op de lange duur, en wat precies ons doel is. Willen we ooit terug naar onze thuislanden? Of misschien niet? Hoe belangrijk moeten we het Engels eigenlijk maken? Is dat niet verwarrend? Het is allemaal zoveel genuanceerder dan ‘Je moet gewoon consequent zijn!’.

Een zoethoudertje dan maar.

Maar enfin. Om mensen die al die talen in 1 huishouden reuze-interessant vinden toch iets leuks te bieden om over te lachen, heb ik een lijstje opgesteld. Met woorden die in dit huis voor ons alledrie (of vier, ik vermoed dat zelfs de kat ze begrijpt) zo gangbaar zijn, dan we ons niet eens meer afvragen of het eigenlijk wel Engels is.

Want wij communiceren onderling altijd in het Engels, maar

  • Mopperen we op de gemeente, dan gaat het altijd over ‘kommune’ en nooit over ‘municipality’.
  • Iemand die we een beetje een patjepeëer vinden, noemen we een ‘Vogel’.
  • Een WC heet een ‘klo’.
  • Een ‘diaper’ heet bij ons een luier.
  • Maar een wasbare luier heet dan weer een ‘stofble’ en geen ‘washable diaper’, ‘stoffwindel’, hydrofielluier of wasbare luier.
  • We zeggen geen ‘pacifier’, ‘schnuller’ of ‘sut’ maar speen.
  • We hebben het nooit over ‘daycare’ of creche of gastouder, maar altijd over ‘dagpleje’.
  • Een teddybeer heet een ‘bamse’.
  • Een wortel heet een ‘gulerod’.
  • Kaas heet kaas en toch echt geen ‘ost’ of ‘cheese’. Tenzij het roomkaas heet want die heet dan weer ‘flødeost’.
  • De kersenbloesem heet geen ‘cherryblossom’ maar ‘kirsebær’.
  • Wennen op de ‘dagpleje’ heet ‘indkørsel’ (wat Deens is voor inrijden).
  • Het zou niet bij ons opkomen om ouderschapsverlof ‘parental leave’ te noemen want het heet ‘barsel’.
  • De opa’s en oma’s heten geen ‘grandparents’ of ‘bedsteforældre’, maar gewoon opa en oma.
  • Als iets het niet doet of instabiel is, dan ‘driller det’.
  • Onze serre noemen we ‘udestue’ (buitenkamer) en geen ‘winter garden’.
  • De dreumes eet ‘s ochtends ‘pap’ en geen ‘grød’ of ‘brei’.
  • Wij zijn haar papa en mama en wensen niet met ‘far’ of ‘mor’ aangesproken te worden.

Engels mag dan de voertaal in onze relatie zijn; mijn tante in Amerika zou er geen chocola van kunnen maken mocht ze een weekje bij ons in willen komen wonen. Denk ik.

«

© 2018 klein Deens geluk. Theme by Anders Norén.