Veel zelfbenoemde Denemarken-analisten breken zich het hoofd erover, inclusief ikzelf. Hoe kan het toch, dat een land dat zulke duistere film en televisie produceert, over moord, mislukking, depressie en kindermisbruik, steevast bovenaan eindigt in de gelukslijstjes?

Een vaakgehoorde verklaring, die bijvoorbeeld ook in Scandimania wordt aangehaald, is dat de Deen emotioneel goed in balans is en daarom zowel het donker als het licht goed aankan. Ik vind dat persoonlijk klinkklare onzin. De Deen is emotioneel helemaal niet zo intelligent. Problemen worden vaak weggelachen (liefst met een sarcastische grap) en conflicten genegeerd. Alles voor de harmonie van de ‘hygge’.

Volgens mij is er iets heel anders aan de hand.

Iets anders, dat verklaart dat Denemarken voor bovengemiddeld veel van haar inwoners zo’n plezierig land is.

Dat heeft te maken met inclusiviteit.

Deens beleid richt zich zoals veel andere landen niet alleen op de mannen en de machtigen, maar op mannen, vrouwen, rijken én armen. Door die inclusiviteit voor bevolkingsgroepen die in andere landen -zichtbaar of onzichtbaar- soms keihard moeten vechten voor hun bestaansrecht, krijg je al snel twee keer zoveel stemmen voor ‘ja, ik heb het best goed’.

In de terminologie van Hofstede zou je kunnen zeggen: het land is feminien (en daardoor zorgzaam) en kent een kleine machtsafstand (waardoor iedereen meetelt).

In een feminiene cultuur hecht men veel waarde aan menselijke relaties.

Vriendschap, familie en het zorgen voor elkaar zijn essentieel voor het laten slagen van een samenleving. De relationele verantwoordelijkheid voor het gezin staat hoog op de agenda. Niet alleen voor vrouwen, maar ook voor mannen. Dit in tegenstelling tot een masculiene cultuur, waarin succes en competitie hoog worden gewaardeerd, en ‘zorg’ wordt gezien als iets voor watjes. Als gevolg daarvan zal die zorg dus minder snel gelijk tussen man en vrouw verdeeld worden: vrouwen gedragen zich nu eenmaal vaker feminien dan mannen. En ontplooien zich daardoor minder buitenshuis.

Dan de machtsafstand.

Een samenleving met weinig machtsverhoudingen, of een lage ‘power distance’, verdeelt macht evenredig en kent weinig hierarchie. Iedereen mag zijn zegje doen en alle meningen zijn even belangrijk (een extreme versie van ons poldermodel). Dit in tegenstelling tot een samenleving met hoge machtsafstand, waar ongelijkheid wordt geaccepteerd en men de orders van de baas accepteert omdat hij of zij nu eenmaal de baas is.

Samengevat: voor arrogante chefjes die niet aardig doen, is hier geen plek.

Dat zie je op heel veel plekken terug.

De hoge acceptatiegraad van mierzoete popliedjes. Ook bij stoere jongens met baarden.

Het feit dat overwerken hier hoofdschuddend wordt afgekeurd (‘waarom ben je niet bij je gezin?’).

De vele maanden ouderschapsverlof voor mama’s én papa’s.

Een bestuursvoorzitter die na een vergadering, als de borrel op tafel komt, zegt “en nu is het tijd voor ‘hygge'”

Enzovoorts. Enzovoorts.

Maar vooral op straat is het overduidelijk: dit is een lief land. Kijk maar.