In Nederland groeien we op met ‘eerst het zuur, dan het zoet’. Hier zegt men ‘je eet het zuur mét het zoet’. Ik weet het niet hoor, maar dat is toch echt anders. Vind ik. Want de Nederlander neemt het zuur als vanzelfsprekend, zelfs met het risico dat het zoet nooit komt. De Deen neemt alleen genoegen met beide tegelijkertijd – het is nooit of/of, het is en/en.

Een kater hebben op vrijdag omdat je de dag ervoor dronken werd met collega’s: geen probleem.

Elke vrijdag je kinderen volstoppen met snoep (fredagsslik): geen probleem.

Een verjaardagstraktatie die opgebouwd is uit suiker, kleurstof en meer suiker: geen probleem. 

Hoewel Denemarken noordelijker ligt dan Nederland en noordelijkheid meestal omgekeerd evenredig is met de mate van Bourgondisch leven, valt het me altijd op dat Denen minder last hebben van zelfbeperking. Schuldgevoelens. Zelfkastijding. Calvinisme. Leven doe je nu dus f€#& dat geouwehoer over minder vlees, politieke correctheid en alcoholvrij. Als kind van een calvinistische opvoeding vind ik het, ehh, verfrissend. Soms.

 

Ik woon 5 jaar in Denemarken. Mijn emigratie voelt als gisteren maar toch kan ik -5 banen later, getrouwd, kind, huis gekocht- inmiddels concluderen dat ik in fase 5 van de 'settlement curve' ben geland. Daarom op de laatste vijf dagen van mijn lustrumjaar mijn Deense lustrumvijf: vijf dingen die me dagelijks klein Deens geluk brengen.