Vanochtend. De meneer dronk zijn koffie, de dreumes schoof haar havermout naar binnen als zou ze de rest van de maand niks meer te eten krijgen. En ineens lagen er overal kleine koffiespetters op de keukentafel. De meneer had de krant omgedraaid voor Wulfmorgenthaler op de achterkant en proestte het uit.

“Voor de laatste keer! Ik ben niet bezeten! Ik sprak slechts Nederlands!”

Tja.

Je kunt Nederland om veel dingen prijzen, maar de taal verdient geen schoonheidsprijs. Een greep uit mijn lunchtafelgesprekken van de laatste maanden:

“Het is eigenlijk zo dat hoe verder zuidwaarts je gaat, hoe leuker de taal. Ik bedoel: ons Deens klinkt natuurlijk afzichtelijk. Duits is ook lelijk, maar in ieder geval verstaanbaar. Nederlands wordt al een beetje cool. En dan Frans en Spaans: beau-ti-ful.”

“Ja nouja maar het blijft een beetje klinken als een keelontsteking, jullie met je g g g g g en sch sch sch sch. Doe nog eens iets zeggen? Ah toe?” <“Achtentachtig kacheltjes op de Utrechtse grachten hahahaha nu jij!”>

“Ja maar in het Engels hebben Nederlanders dan wel weer een veel beter accent. Beter dan dat monotone gemiemel van ons Denen.”

Maar uiteindelijk heeft La Stokkink natuurlijk gewoon gelijk.