Winterweer. Ik was er deze week best een beetje treurig over dat NIEMAND hier begrijpt hoe belangrijk het is dat het een tijdje achter elkaar flink vriest, dat het niet te hard waait en bovendien niet sneeuwt. (Want schaatsen.)

Schaatsen (skøjte) is echt een non-issue hier, en als men het wel doet dan is het op kunst- of ijshockeyschaatsen. Of men zegt: nåh, je kunt toch naar dat leuke ijsbaantje van 6 meter lang op Frederiksberg? Als ik op zo’n baantje dan iemand op noren voorbij zie vliegen, dan is het overigens altijd een Nederlander maar dat terzijde.

Maargoed. Voor het verlies aan schaatsmania heb ik hier in Denemarken wel iets anders moois teruggekregen. Want jullie hebben weliswaar natuurijs, wij hebben slush-ijs.

Een select gezelschap Denen (de exemplaren die zich bezighouden met winterzwemmen) is dezer dagen namelijk geobsedeerd door het fenomeen pap-ijs. In het Deens zeg je grødis, dat letterlijk vertaalt als pap-ijs. In het Engels zou je slush-ijs zeggen. Dat spul dat je op de kermis koopt, met 35 kilo kleurstof erin, maar dan in de zee. En zonder kleurstof.

Deze week was het er weer. Bij ons voor de deur in de Øresund! De laatste keer was zes jaar geleden en Denen in onze winterbathing Facebookgroep begonnen er bijna van te huilen, zo blij waren ze. Want grødis, zo leerde ik vandaag, dat is het summum op het gebied van vinterbadning. Het ijs is zo zacht en zo lief en zo magisch en er beginnen engeltjes te zingen, sterker nog: het zou zelfs warm moeten voelen als je je erin laat zakken.

Erg warm was het niet en engeltjes hoorde ik ook niet, vanochtend toen ik me eraan waagde, maar veel grød was er dan ook niet meer. Na een week opgetogen Denen verwelkomen was het verworden tot een nogal gewoon wak in de zee met af en toe wat kleine ijsschotsjes. Spannend was het wel. En een beetje fris, ook.