“Hoe heeft ze gegeten?” vroeg ik, toen ik de dreumes ophaalde van het speelhuis waar ze op maandagen is. “Goed!” zei de pedagoog. Omdat ik ‘goed’ een nogal breed begrip vind, vroeg ik door. “Mooi! Wat heeft ze gegeten? Dan weet ik wat ik haar vanavond niet meer voor hoef te zetten.” “Eh, even denken: brood met leverpastei, en toen gehaktbal, en toen brood met makreel. Ja, dat was het.” *

Nu zitten er ongetwijfeld allerlei fijne en belangrijke voedingsstoffen in leverpastei, gehaktbal, makreel en brood. Maar erg gevarieerd is het niet. Bovendien slaat de balans nogal door naar het dierlijke.

Aan dit voorval moest ik denken, toen ik begin oktober dit artikel zag:

‘Denmark to mark food according to effect on climate’. 

De Deense overheid is druk bezig plannen te maken om volledig onafhankelijk te worden van fossiele brandstoffen in 2030. Dat is over 12 jaar. Dat is heel dichtbij. Een van de initiatieven is het zichtbaar maken van de klimaatimpact van voedingsmiddelen die in de supermarkt liggen. In het artikel worden een aantal obstakels genoemd. We moeten lage klimaatimpact niet met gezond verwarren. En hoe werkt het in de praktijk? Hoe meet je klimaatimpact?

Lever met stukjes bacon en een worstje toe

Maar in het artikel werd niet gerept over het -mijns inziens- grootste obstakel: de Deense vleesverslaving en de macht van de vleesindustrie die erachter zit. Dit land huisvest meer varkens dan mensen. Je brood beleggen met vlees met vlees erbovenop is de normaalste zaak van de wereld. Voor ontbijt, lunch en avondeten. Worstjes of ham voor op de boterham koop je per halve kilo. In 2014 nam Denemarken -na oliestaten Koeweit, Qatar en de VAE- een schaamteloze vierde plaats in op de Living Planet Report index, die de klimaatvoetafafdruk van landen in kaart bracht. In 2016 werd een voorstel voor hogere belasting op vlees weggehoond. Een vegetarische week (of zelfs maar een dag) in bedrijfskantines wordt in 2018 nog steeds als schandelijk weggezet.

Trotse onderdanen

Tegelijkertijd zijn Denen heel gevoelig voor hun eigen imago op het wereldtoneel. Ze zien zichzelf graag als het groenste kindje van de klas. Windenergie, stadsverwarming, recycling, biologische voeding: de Deen staat trots vooraan om de wereld mee te nemen in een groene revolutie. De Deense groene propagandamachine State of Green kent voor zover ik weet niet echt een Nederlandse tegenhanger.

Gaan Søren en Mette vega?

Ik ben daarom heel benieuwd hoe deze twee samengaan. Zullen de Sørens en Mettes van deze wereld (vijftigplussers buiten de grote stad), die enerzijds niets hebben met vegan hipstercafes en anderzijds trots zijn op Denemarken als progressief, duurzaam merk, andere keuzes gaan maken als ze in de supermarkt zien hoe hun flæskesteg 100 klimaatimpactpunten scoort, terwijl een vegetarische chili met bonen en mais slechts 1 klimaatimpactpuntje scoort?

Ik hoop het. Ik ben niet perse voor volledig vegetarisch of veganistisch, maar ik vind wel dat onze kijk op vlees als voedingsmiddel de dingen nogal uit zijn verband trekt. Beter 2x per week een goed stukje vlees dan 3x per dag een waterig stuk varken dat bolstaat van de hormonen.

Bovendien zou het aardig zijn als ik ons kind ‘s avonds niet uit alle macht bij hoef te voederen met groenten.

 

*Ik moet hier eerlijkheidshalve bij vertellen dat deze situatie zich gelukkig alleen op maandagen voordoet, wanneer ze naar een grootschaliger opvang gaat. Op de andere dagen van de week zorgt de gastouder voor een menu waar slechts sporadisch vlees op voorkomt, en groenten de boventoon voeren. Dit is goed nieuws voor ons, maar het is de uitzondering op de regel.