De meeste Deense werkplekken zien het als hun maatschappelijke taak hun werknemers fatsoenlijk te voeden. Dat resulteert vaak niet alleen in een uitgebreide warme lunch, netjes volgens de schijf van vijf (mijn eerste werkplek deed dat bijvoorbeeld zo) (dus kroketten en kaassouffles ho maar), maar soms zelfs ook in een ontbijtbuffet, zoals op mijn huidige werkplek.

Superaardig natuurlijk.

Echt.

Er staat fruit, cornflakes, muesli, skyr of honderd andere soorten yoghurt, brood, kaas en ergens stiekem achterin een laatje (hallo nudging) vind je zelfs Nutella.

Feest dus, iedere ochtend weer.

Er is alleen 1 probleem.

Banaanchips

Ik houd niet zo van banaanchips. En dat zit nu eenmaal in de muesli die onze ontbijtpot schaft. Eerlijk gezegd: ik vind eigenlijk weinig in de wereld afschuwelijker dan banaanchips. Nou, ok, feitenvrije discussies en emotioneel gezever winnen het natuurlijk altijd van banaanchips op de schaal van afschuwelijkheid, maar verder?

Ik kan niks verzinnen.

niet lekker

Zo keek ik 34 jaar geleden bij het eten van tomaat. Op het randje van tranen. En zo kijk ik nu bij het eten van gedroogde banaan.

En dat is dus een probleem. Want wat doe je als je graag en dankbaar gebruik maakt van het ontbijtaanbod van je werkgever, je het een beetje aanstellerig vindt om je eigen muesli mee te nemen, maar kotsneigingen krijgt van die harde stukken melige smakeloosheid in je ontbijt?

Juist, dan probeer je met je scheplepel om de banaantjes heen te scheppen en als er per ongeluk toch een hard stukje in je bakje terechtkomt, zwier je dat nonchalant weer terug, onopvallend en net voor je de volgende schep neemt. Niets aan de hand, want die banaan is nog nergens mee in aanraking gekomen, toch?

Van die dingen

In Nederland gebeurt dat. Kan ik me zo voorstellen. Wij doen allemaal weleens van die dingen waarvan je denkt ‘nah, misschien is het net op het randje van keurig, maar het is te rechtvaardigen want ik heb haast/de lepel is schoon/…’ De ‘ik-doe-er-niemand-kwaad-mee’ argumentatie, zeg maar. Of, in het ergste geval: ‘de-niemand-ziet-het’ variant dus dan doe je gewoon of die gemorste thee op het vloerkleed in de hotelkamer nooit is gemorst (ja, geef het maar toe – ook jij doet dat soms hoor).

In Denemarken niet. Hier is iedereen roomser dan de paus. Plastic zakjes worden in de prullebak gegooid, koelkastdeuren in de supermarkt gesloten, wc’s schoon achtergelaten, bezittingen met rust gelaten. Op een enkele uitzondering na, uiteraard (maar vaak zijn dat ‘de buitenlanders’ of ‘gewoon aso’s’ en daar zijn er nu eenmaal niet zoveel van hier). Ok, een grote uitzondering zijn verhipsterde stadsparken in de zomer, die tijdens een paar uur picknicken of barbecuen -baboem- transformeren tot ontplofte afvalberg, maar ook dat telt niet echt want tja ‘alcohol en feest dan is alles geoorloofd he’. Daarover een andere keer meer.

Muesligate

Zo gebeurde het dat collega T. me tijdens het ochtendlijke muesliritueel met grote ogen aankeek en passief-agressief zei: ‘stop je die stukken banaan nu terúg?’. Zijn koele blik was voldoende om mij hevig geschrokken en half betrapt een ‘ehh, ja, ehh, nou, tja’ vorm van excuus te doen mompelen.

Ik neem voortaan gewoon mijn eigen muesli mee.