klein Deens geluk

Grote en kleine inspiratie uit het gelukkigste land. Van smørrebrød tot windenergie.

Zomerhuis-afzien

Van de Deen hoeft het niet zo: groter, beter, meer. Een bankstel is hier -naast mooi en duur- vooral lang houdbaar. En opscheppen doet men vaker over de snelheid van de fiets dan over der prijs van de auto. Het enige bezit waar de Deen z’n buurman wél de ogen mee wenst uit te steken, is het eigen zomerhuis (hoewel zelfs dat bezit overduidelijk in het teken staat van het hogere sociaaldemocratische ‘jubii, we gaan ons met z’n allen hyggen in het zomerhuis’-ideaal).

Ik schreef al eens eerder over het kleine geluk dat het bezit van zo’n eigen toevluchtsoord brengt. Dit weekend proefden we er opnieuw aan, want het paasweekend is het nationale zomerhuis-heropenings-weekend. Wij deden mee (waar precies, daarover in een later blog meer) want: heel Denemarken is gesloten. En op de snelwegen schuiven de aanhangers met gereedschap en opgeknapte meubelstukken gemoedelijk van de ene kant van het land naar de andere.

Eerst een disclaimer.

Voor je denkt: ‘nåh, hvor hyggeligt, doe mij ook zo’n zomerhuis!’, een disclaimer. Je kunt maar beter weten waar je aan begint, nu de Deense overheid overweegt de aankoop van zomerhuizen toch weer open te stellen voor niet-Denen. Wat zijn zoal de nadelen van het zomerhuisleven?

1. Je hebt er altijd koude voeten.

muts en sjaal

Br. Brr. Brrr.

De meeste zomerhuizen zijn ingericht voor, ja duh, de zomer. Maar omdat het in dit land niet zo vaak boven de 25 graden is, zijn alle vertrekken die zich meer dan 3 meter van de haard bevinden, gewoon altijd koud. En in april is het er ongeveer min 23. Au.

2. Je moet jezelf vermaken.

Er is wel televisie, en internet soms ook. Maar je moet ook weten: de meeste zomerhuizen liggen niet op loopafstand van Legoland, musea, restaurants, een winkelcentrum of een zwembad. Je moet die 32 (ok, 5) dagen dat het paasweekend hier duurt, dus gewoon je eigen vermaak organiseren. Ineens ga je dan een boek lezen. Hardlopen. Spelletjes doen. Vuurtorens bekijken. Brrr.

happy easter

Nou. Zalig Pasen dan maar.

 

3. Je moet nog steeds zelf koken.

Je dacht natuurlijk: ha, lekker makkelijk. Een lang weekend weg, dus we gaan elke dag uit eten. Joepie!

Boem. Nee dus.

Er is namelijk geen restaurant in de buurt, laat staan open, tijdens het paasweekend. En supermarkten zijn ook vaker dicht dan open. Mijn luie zelf werd, een geluk bij een ongeluk, geconfronteerd met een reisgenoot die het klappen van de zomerhuis-zweep inmiddels kende. Vóór vertrek had hij alvast even boodschappen gedaan (lees: een volledige keukeninventaris ingeladen in de auto). “Lekker makkelijk, want dan hoeven we daar geen boodschappen meer te doen!”. Aldus stonden we op lokatie: 1. De keuken in te ruimen. 2. Paprika te snijden. 3. Brood te bakken. 4. Eieren te koken. Enzovoorts.

supermarkt

“Eh ja, ik sta nu in de supermarkt, wat hebben we nog meer nodig?”, belde hij.

4. Je moet dingen repareren.

Ja, wie ruimt die boom nou op, hé?

Ja, wie ruimt die boom nou op, hé?

Koop een boot, werk je dood, zeggen ze. Maar hetzelfde geldt voor een zomerhuis. (Het rijmt alleen niet zo leuk.) Want net zo min als een boot meestal geen hotel is, is een zomerhuis evenmin een luxueuze plek waar je bedje gespreid is. Als er iets stuk is, of niet helemaal werkt, moet je op onderzoek uit. Kijken waar het aan ligt. Je allereerst afvragen of je de lekkage/dwarse boomstam/wiebelende stoel zelf kunt fiksen. Of besluiten er iemand voor te bellen en vervolgens 3 weken wachten op een reactie.

5. Je hebt last van beestjes.

Het is de natuur, he. Pissebedden. Vliegen. Muggen. Wat dan ook. Vooral zomerhuizen in of bij het bos, of bij het water, doen hieraan. Aan kleine beestjes. Soms ook aan grotere natuurlijk, hoewel elanden in Denemarken niet voorkomen (op een enkele mythe na) en herten schuw zijn. De kunst is het beestje of beest in kwestie vriendelijk aan te kijken, en vervolgens een gemeenschappelijke taal te vinden voor het woord ‘territorium’. En daar dan een ‘mijn’ en ‘dijn’ aan te koppelen.

6. Je hebt overal zand.

Tussen je tenen, maar ook in je oren en op je tandenborstel. En op nog veel meer plekken. In het begin besluit je het nog driftig weg te vegen en kloppen. Tot je steeds vaker geknars tussen je tanden hoort, en je je realiseert dat heel veel zand tussen je tenen echt heel veel beter is dan een beetje. Waarom weet ik ook niet, maar het is nu eenmaal zo.

zand

Zand in je schoenen, in je sokken, in je haren, in je oren. Overal.

 

Al dat afzien ten spijt: er is hoop.

Want van dat zand heb je alleen last als je een zomerhuis aan het strand hebt. En beestjes, dingen helemaal zélf doen en heel veel paar sokken en een sjaal en een lange onderbroek aantrekken: dat went. En als je eenmaal de verschrikkingen hebt doorstaan en de fase van de gewenning aanbreekt, pas dan begrijp je de échte betekenis van het woord ‘hygge’.

Vraag maar aan een Deen.

« »

© 2017 klein Deens geluk. Theme by Anders Norén.