The Guardian schreef laatst over de abominabele staat van de Britse wegen voor fietsers en haalt Nederland en Denemarken aan als voorbeelden van landen die weten hoe het wél moet. Aparte rijbanen, maar vooral jarenlang consistent beleid voeren, is de conclusie.

‘Veiligheid voorop’ is hier niet aan dovemansoren gericht. Want de Denen, die doen het veilig, of anders niet. Fietslampjes, het dragen van een fietshelm: het hoort er -meestal- gewoon bij in een regelvolgend landje, waar men vaak galant is en niet graag buiten de lijntjes kleurt. Maar het zit hem ook in de kleine, simpele dingen.

Quick wins door voorkeursbehandeling
Want braaf of niet, de volgende ‘quick wins’ maken het ook voor mij, als soms wat anarchistisch fietsende Nederlander, wel degelijk een stukje comfortabeler. En veiliger. Dat komt: ik krijg een voorkeursbehandeling bij kruisingen.

Ruimte
Als in een langjarig huwelijk waarin degene met de grootste mond heeft geleerd de ander soms ook eens wat ruimte te geven, wacht de auto bij een kruising 2 meter achter de fietser. Teruggetrokken stopstrepen wijzen de auto zijn plaats. Hierdoor staan fietsers altijd middenin het blikveld van de chauffeur, en zal de automobilist niet zo snel zomaar rechtsaf slaan en over een fietser heenrijden (“Sorry, dode hoek!).

“Gaat u voor” 
Galant zijn betekent ook de deur openhouden voor een ander, en zeggen: ‘jij mag eerst’. Op drukke kruisingen met weinig ruimte wint de fietser zichtbaarheid en daarmee veiligheid doordat hij altijd een fractie eerder groen licht heeft dan de autorijbaan. Een halve seconde, of soms zelfs 2. Fietsers zitten dus al op de weg, terwijl de auto nog moet optrekken. Ook dat verkleint de kans dat een auto een fietser zomaar platrijdt.

In dit filmpje van Copenhagenize is het allemaal nog eens uitgelegd, in woord en beeld. En ja, ook ik passeer dagelijks dit type kruisingen. Pas gisteren viel het me op dat ik -inderdaad- eerder groen licht had dan de auto’s naast me.