klein Deens geluk

Grote en kleine inspiratie uit het gelukkigste land. Van smørrebrød tot windenergie.

Deense babies blieven geen kruiken

Het was kerstavond, 2016. Ik weet het nog zo goed, mijn moeder had hem mee.

De kruik.

(Nee, niet Flappie, gekkie)

Mijn moeder had hem meegenomen naar Denemarken want ik stond op het punt van bevallen en een kruik is één van de meest essentiële items in een babyuitzet, zei ze.

Het exemplaar uit 1980, mijn eigen bouwjaar, werd door de aanstaande vader en vriendin A. (beiden Duits) meewarig bekeken. “Is het een handgranaat?”, vroegen ze grappend. Mijn moeder probeerde haar verbazing over zoveel desinteresse te verbergen.

Inmiddels zijn we ruim twee maanden verder. Baby Ida is blakend gezond geboren en mijn babyuitzet is wel zo ongeveer op orde. Ik kan luiers verschonen, de baby in slaap wiegen, haar voeden, liedjes zingen en haar aan- en uitkleden zonder dat ze hysterisch begint te gillen. Maar een kruik heeft ze nooit gezien.

Vadertje Staat

De kruikscène bleek al snel exemplarisch voor twee verschillende visies op hoe pasgeboren ouders hun pasgeboren babies behoren groot te brengen. Kort samengevat heb je de Nederlandse kraamhulps-wil-is-wet-aanpak. En de Deense ja-ziet-er-prima-uit-niets-meer-aan-doen-aanpak.

Eerst even wat achtergrond. Ik dacht altijd: ik woon in een land met een bemoeizuchtige overheid. Vadertje Staat heeft hier overal een vinger in de pap. Mijn huisarts zei bijvoorbeeld, toen ik haar vertelde dat ik zwanger was, ‘nou leuk, maar je bent al 35, je moet hierna maar snel opschieten met de tweede hoor!’. Ook wordt er per definitie vanuit gegaan dat je een jaar borstvoeding wilt geven (en dus net zo lang met verlof gaat). Kinderen laat je vanaf 1 jaar fulltime over aan de gemeentelijke kinderopvang – thuisblijven en het zelf doen is not done. En zo kan ik nog wel even doorgaan met voorbeelden van waar je eigen wil je min of meer ontnomen wordt in dit land.

Maar in de afgelopen weken bleek die Deense bemoeizucht ineens ver van mijn kraambed.

Allereerst: kraamzorg

Wij hadden ons er best wat op verheugd. Het kraamhotel. Ouders die hun eerste kind hebben gekregen, mogen direct na de geboorte twee dagen naar een zorghotel om bij – en op gang te komen. Wij stelden ons dat voor als een gezellige plek, waar ze fruitsapjes komen brengen, je voeten masseren en je tussendoor leren hoe je je baby verzorgt. Een mooi alternatief voor de (hier niet bestaande) kraamhulp.

barselshotel

Kamer vijf. Met Deense vlag om de geboortedag van onze dochter te vieren.

Welnu, fruit was er. Voetmassage ook, al moesten we dat gewoon zelf doen. Maar dat voordoen hoe je baby te verzorgen, daar hadden de verloskundigen in het kraamhotel eigenlijk niet zoveel tijd voor, want ze zaten vooral achter hun computer, schemaatjes in te vullen. Wel was er een groepspraatje van een uur, waarin we leerden over poepkleuren. En af en toe kwamen ze op onze kamer even kijken of Ida wel aan de borst dronk. Dan wierp een willekeurige verloskundige van 3 meter afstand een blik op ons en zei: ‘ja ziet er prima uit hoor, ga zo door’. Die vlugge blik op je voorgevel is dus wat Denen verstaan onder ‘op gang komen met je baby’. Niemand vond het nodig ons te vertellen over:

  • De kunst van het babybadderen. Ik vroeg bijvoorbeeld “hoe krijgen we die vruchtwaterpoep eigenlijk het beste uit haar haar?”. Het antwoord: “och, daar zou ik me niet druk om maken, schoner dan pasgeboren krijg je ze haast niet, dus wacht nog maar een week of 2 met in bad doen”. Haar poephoofd bleef dus rustig op mijn borst liggen;
  • Het lekproof maken van een luier (mijn moeder met 36 jaar ervaring vertelde me later pas over het trucje met het omvouwen van de randjes);
  • Algemene baby-hygiëne. De instructies die we kregen, vallen op een halve hand te tellen: “die stomp valt vanzelf van haar navel, het kan wel een beetje gaan stinken” en “om de week in bad is meer dan genoeg, en geen zeep gebruiken hé!”. Met als gevolg dat wij zomaar wat doen, en af en toe met het schaamrood op onze kaken moeten constateren dat we weer eens een huidplooi zijn vergeten leeg te vegen.

Te zeggen dat we behoorlijk underwhelmed waren door het kraamhotel, is zacht uitgedrukt. Tot verbazing van de verloskundige, die net weer een rapportje afhad, vertrokken we daarom een halve dag eerder naar huis.

Dan: de uitzet

Ik hoor van Nederlandse vriendinnen dat er zoiets bestaat als het lijstje van de kraamhulp. Daarop staan onder andere mutsjes en twee kruiken, als ik het goed heb. Twéé kruiken! Aangemoedigd door de kruikscene met kerst ging in het Deens googelen op kruik en baby. Wat denk je? Niks. Ik googelen op babyuitzet. Wat denk je? Alleen maar lijstjes van winkels. Die je natuurlijk hun eigen babyfoon/luiertas/knuffel willen aansmeren. Maar iets met de statuur van een officiële lijst was in geen velden of wegen te bekennen. De verloskundige noemde nog wel een keer -ergens tussen het opmeten van mijn buikomtrek en het invoeren van de volgende afspraak- dat het handig wzonder mutsas een setje kleren in verschillende maten en mutsjes klaar te leggen voor de ziekenhuistas. Maar denk maar niet dat dat mutsje op haar hoofd ging, na de geboorte. Nee hoor, onze pasgeboren mevrouw werd -met poephaar- gewoon in een hydrofielluier en dekbedje gewikkeld en bij ons neergelegd. Klaar.

Ik weet eigenlijk nog steeds niet of onze uitzet voldoet aan de standaarden die de Deense staat hanteert. Inmiddels interesseert het me ook niet meer zo – we redden ons prima zonder bemoeienis en de verpleegkundige die Ida om de paar weken thuis komt wegen, heeft ons nog nooit berispt.

Het slapen

Maar dan het slapen. Niet de slaapbenodigdheden (deken of dekbed, slaapzak of pyjama, wieg of cosleeper, dat moet je allemaal lekker zelf weten) maar de locatie van het middagdutje. Die lijkt hier per decreet vastgesteld: buiten. Balkon, tuin, op de stoep voor het café, maakt niet uit, zolang het maar onder de blote hemel is. Misschien nog niet de eerste week, als het winter is, maar na een dag of acht word je geacht je nieuwe Deense onderdaan ‘s middags in de buitenlucht te laten rusten. Drie, vier, vijf lagen kleding, afgemaakt met een skipak, desnoods een beetje gezichtscreme op vetbasis voor als het vriest. ‘Want buiten slapen ze zoveel beter’ (wat inderdaad waar is, dus ik zweer inmiddels ook bij deze Deense methode).

Det skal nok gå

Ik kan die laissez-faire houding ten aanzien van geboorte en kraamtijd nog steeds niet helemaal rijmen met mijn andere vadertje-staat-ervaringen. Maar misschien is het niet voor niets dat ‘det skal nok gå’ (wat zoiets betekent als ‘komt allemaal wel goed’)  één van de meestgebruikte uitdrukkingen is hier. Het zou natuurlijk kunnen dat de Deense staat slechts de contouren van je leven voor je wenst te schetsen -2 kindertjes, een jaar borstvoeding en daarna kinderopvang alstublieft- maar dat je binnen die lijntjes lekker zelf mag kleuren; terwijl de Nederlandse staat minder sturend is in de vorm -geen of 4 kinderen, wat jij wilt- maar wél graag zorgt voor een goede basis grondverf.

En de kruik dan?

Die heeft mijn kraamtijdvoeten aangenaam verwarmd, maar de wieg nooit aangeraakt.

Deense babies worden geboren met een ingebouwd kruikje, vermoed ik.

« »

© 2017 klein Deens geluk. Theme by Anders Norén.