klein Deens geluk

Grote en kleine inspiratie uit het gelukkigste land. Van smørrebrød tot windenergie.

Vrolijk vlagvertoon

Een hele week ging voorbij zonder klein Deens geluk. Nouja, zonder digitale vormen van geluk dan, hier op dit blog. Want verder was dit weekend behoorlijk feestelijk. *

Gisteren was bijvoorbeeld de 795e verjaardag van de Deense vlag.

Nu denk je waarschijnlijk: de verjaardag van je vlag, huh-huh, ja hoor. Toe maar.

Ik denk in principe ook: een mens kan jarig zijn, een land kan jarig zijn, zelfs een huisdier kan jarig zijn, maar een vlág? Dat is wel wat bijzonder.

Maargoed, ik ben dus geen Deen. Zoveel blijkt maar weer.

Want een Deen, die hult alles dat feestelijk is in een ‘Dannebrog’ (te vertalen als Deens doek). Verjaardagstaartjes. Aanbiedingen in de supermarkt (van kip tot appels: als er een Dannebrog opstaat, dan is het goed). De aankomsthal op het vliegveld. Het zomerhuis. De vensterbank. De stadsbus, op bijzondere dagen (dat zijn er slechts zo’n 150 per jaar).

Wij Nederlanders vinden dat een beetje overdreven, al dat chauvinisme. Bovendien werkt het ook weleens een beetje, tja, beperkend. Want als je je nog steeds optrekt aan een verhaal van 795 jaar geleden, dat niet geverifieerd kan worden, en je Scandinavische buren er maar wat graag aan herinnert dat jouw vlag aan de basis stond voor alle andere Scandinavische vlaggen, en dat je dus eigenlijk (stiekem) vindt dat je daaruit de conclusie kunt trekken dat er geen echter Scandinaviër bestaat dan de Deen, dan, tja, ben je best wel op jezelf gericht. Met je 5 miljoen inwoners.

Maargoed, dat ene beetje kritiek daargelaten, is het ook best leuk. Die vrolijke vlag-verering op zijn Deens. Het verhaal-van-de-vlag getuigt namelijk wél van een grenzeloze fantasie en heleboel trots. Alleen al daarom is het de moeite van het vertellen waard.

De korte versie:
“Onze vlag werd door God zelf naar de aarde gestuurd om ons al die eeuwen te helpen bij het behalen van onze glorieuze overwinningen.”

De langere versie:
“Wij waren een heel belangrijk, zeevarend koninkrijk. Maar Duitsland zat ons op de hielen, en was bezig oostwaarts uit te breiden. Dat vonden wij niet zo leuk. Aldus trok Waldemar II, onze koning, er in 1219 hoogstpersoonlijk op uit om aan die kant van de Baltische zee orde op zaken te stellen. Hij viel Estland binnen. Ook de Paus had zijn goedkeuring gegeven om die heidenen daar te bekeren. Maar helaas waren we niet zo goed voorbereid als we dachten. De ene na de andere Viking sneuvelde, dus we hadden die Esten wat onderschat. De bisschop stortte zich op zijn knieën en bad tot God. ‘Geef mij een overwinningsteken, iets!’, griende de man. En warempel: daar viel ‘ie naar beneden. Een rode vlag met een wit kruis. De koning pakte de vlag aan van de bisschop en wapperde onze bemanning -aangemoedigd door fier rood- dapper naar de overwinning. En zo werd Estland onderdeel van het Deense rijk. En oja, Tallinn, “Taani linn”, betekent “Deense stad”. Dat je ‘t weet. Sindsdien wapperen we er heel graag mee, met die vlag, en zeggen dan: ‘we are red, we are white, we are Danish dynamite!’. In de andere hand houden we dan een Tuborg of een Carlsberg (wat anders?). De koning heeft ooit geprobeerd om al dat bandeloze vlagvertoon in te dammen en te beperken tot koninklijke gelegenheden. Dat was in 1834. Dom idee. Wij vinden het hartstikke gezellig, om te vlaggen, altijd gevonden. Dus in 1854 moest ‘ie de wet weer intrekken. Sindsdien vlaggen we er weer lustig op los. Wij zijn namelijk nog steeds belangrijk.”

* Naast een heleboel zomervreugd en 5x juichen voor oranje kreeg ik namelijk ook -verrassing!- een ring van mijn kæreste (liefste) met bijbehorende vraag. Nu ben ik *verloofd*, geloof ik! Jubi!

« »

© 2018 klein Deens geluk. Theme by Anders Norén.