De lol van in een ander land zo dichtbij je eigen land wonen zit hem -na 6 jaar- vooral in de kleine dingen. Een nieuw woord ontdekken. Een gerecht uitproberen dat je al jaren had genegeerd. Of een traditie tegenkomen die je -omdat het niet eerder relevant was- nog niet eerder aan de hand had.

Zo kwam vorige week ineens de ‘fopspeenboom’ in ons leven.

Een paar weken, nouja, maanden geleden begonnen we tegen elkaar te zeggen dat de peuter zo langzamerhand ook maar eens van die fopspeen afmoest. Maarja. Het is een nogal temperamentvol kind en zo zonder speen, dat zagen wijzelf eigenlijk helemaal niet zitten. Het begon met ‘als neefje B is geboren, dan vragen we haar of ze ze door wil geven’ (dit was in maart dit jaar). Toen was het van ‘als we terugkomen van zomervakantie, dat is vroeg genoeg.’ En toen werd het augustus en dachten we ‘tja ze begint straks in de kindergarten, dat is al zo’n grote overgang, laten we het ergens in november doen’.

Maar toen werd het november.

We kochten op aanraden van vrienden maar alvast een kadootje waarvan we wisten dat ze het heel leuk vond en zeiden ‘als je je spenen inlevert, dan krijg je je doktersset’. Het maakte geen indruk. We zeiden ‘je bent nu toch echt al groot he’. Maakte ook geen indruk. Zeiden ‘spenen zijn voor baby’s – de spenen van neefje B. zijn kapot, zie je, wil je jouw spenen niet aan hem geven?’ maar we meenden het eigenlijk allemaal niet echt.

Toen ineens was daar de peuter, die haar spenen bij elkaar pakte en op een ochtend zei: ‘deze spenen zijn voor de baby’s. Ik ben nu groot.’

En ineens viel er bij ons een kwartje.

We moesten als een malle een boom zoeken.

Want bomen, dat zijn rituele fopspeenofferplaatsen. Ik wist het ergens wel, maar was het vergeten. Zo kwam het dat ik op een najaarsmaandagmiddag in november koortsachtig googlede naar ‘suttetræ Amager’. Want de peuter is een nogal dwingend typje, en als er iets moet gebeuren, dan moet het ook NU gebeuren (mijn meneer weet precies van wie ze dat heeft) (niet van hem).

Goed, offerplek gevonden.

De meneer fietst ernaartoe, met een plastic zakje vol spenen in zijn jaszak.

spenenboom

Ze mocht zelf aan het koord trekken.

Het gaat als volgt. Het moet een boom zijn met takken. Ergens in de tijd begint 1 iemand (net als met die ellendige hangsloten aan bruggen, eigenlijk) – en hangt er een speen op. Of een serie spenen. Dan komt er nog iemand bij. En zo wordt die boom langzamerhand een plek waar alle ouders met hun dreumes, peuter of kleuter naartoe gaan om ritueel afscheid te nemen van de spenen. Sommigen vertellen er een verhaaltje bij. ‘De spenenfee komt de spenen straks ophalen om ze naar de kleine baby’s te brengen.’ Zoiets. En dan hangen de spenen in de boom. Peuter zwaait nog een keer en klaar is kees.

Dag speen! Hoi kadootje! ‘Ik ben nu groot! Heeeel groot!’

Zo ging het bij ons ook. En ze leefden nog lang en onrustig, die eerste nachten zonder speen.