Wie mij op de sociale media volgt, heeft mijn furie ongetwijfeld al mogen trotseren. We zijn boos. Op onze nieuwe gemeente. Die de regels aangaande kinderopvang nogal, ehh, mens-onvriendelijk interpreteert.

Heb je zin in meer tirade, lees dan helemaal door tot het einde (maar sla het middenstuk niet over want je kunt helpen!).

Ben je niet zo geïnteresseerd in tirade maar wel in het helpen van uw favoriete klein Deens geluk-familie, lees dan direct hieronder verder, want we hebben iets in de aanbieding dat bijna nergens te vinden is, als jij degene bent die ons kan helpen.

Deel 1: help ons!

Woonruimte in Kopenhagen.

Een kamer. In Kopenhagen.

Ik herhaal: een kamer. In Kopenhagen.

En dan ook nog gratis.

Voor het komende half jaar.

Wat moet je daarvoor doen?

  • Goed en betrouwbaar en lief zijn met kleine kinderen (ervaring met 1-jarigen is een grote pre)
  • 2 a 3 werkdagen in de week op onze Ida passen
  • Een gezellige huisgenoot zijn (met ook een beetje een eigen leven)

Idealiter ben je een student, of iemand anders die het leuk vindt een tijdje in onze stad te wonen en niet volledig verzorgd en geëntertaind hoeft te worden.

Wat wij zo iemand te bieden hebben:

  • Een geweldig avontuurlijke, vrolijke en lieve eenjarige als nieuwe beste vriendin, waar je 2/3 dagen per week mee mag buitenspelen/puzzels mag maken/liedjes mee zingen/Nederlandse (of Duitse of Deense) woordjes oefenen.
  • Huisvesting bij ons in ons lieflijke rijtjeshuis in Kastrup, een voorstad van Kopenhagen op 20 minuten fiets- en 15 minuten metroafstand van het centrum.

 

Wij zijn niet zo moeilijk. Hebben sinds kort een groot huis met een groot hart. Houden ervan om bezoek te hebben. Daarom dachten we: waarom bieden we niet gewoon dat, waar wij veel van hebben (ruimte) en vragen daar dat, waar we weinig van hebben (tijd) voor terug? Precies zoals een nieuwe, deelgerichte economie bedoeld is?

Mocht je nu denken: dit is precies iets voor X of Y: stuur het door!

Mocht je nu denken: dat lijkt me juist zelf wel wat, een half jaartje op de leukste klein Deens geluk-baby ter wereld passen, schrijf me dan: caroline@kleindeensgeluk.eu. Wie weet ben je precies de goede match en kunnen we een deal maken (we houden wel heel erg van duidelijke afspraken).

DEEL 2: hoe het zo kwam

Voor de ramptoeristen onder ons: hoe het zo kwam

Denemarken is de heilstaat. Vinden sommigen. Ik geef toe, ik vond het in het begin soms ook. En soms vind ik het nog weleens, hoor. Maar mijn ervaring met onze gemeente, en zo je wilt met decentralisering van belangrijke taken als kinderopvang, is niet zo best. Dus als ik nog één keer een wauwel-artikel lees over hoe goed het in Denemarken allemaal geregeld is met toegankelijkheid van kinderopvang voor iedereen enzo, dan ontplof ik.

Hoe het zou moeten zijn

Want ja, in theorie staat het allemaal netjes in de wet: vanaf 26 weken heeft een kind recht op opvang. Binnen een straal van 4 kilometer van de woonplek. Dat mag in een buurgemeente, als je net verhuisd bent. Het mag ook in buurgemeente, als je daar werkt en dat handiger is. Als het de gemeente niet lukt daarvoor te zorgen, dan moet er een alternatief zijn in de vorm van subsidie voor een zelf te kiezen alternatief. Tot zover het wetboek.

Bureaucratie from hell

In de realiteit zit je tegenover een ambtenaar en zijn of haar willekeur-terreur. In ons geval, bij het dossier kinderopvang, betekent dat een gemeentelijke afdeling plaatstoewijzing die regeert per decreet. Dat decreet luidt ‘blijf nee zeggen want elk kind dat geen opvang heeft, kost ons niks’. Misschien heeft het er ook mee te maken dat onze gemeente (Taarnby, een voorstad) een Calimero-complex heeft en alles doet om de gemeente Kopenhagen dwars te zitten. Er gaan ook geruchten dat onze gemeente harder loopt voor wel-Denen dan voor niet-Denen (maar dat is natuurlijk lastig te staven). Ik doe een greep uit de antwoorden waar we ons mee geconfronteerd zagen, in de krap 5 maanden na onze verhuizing.

  • ‘Nee, u moet achteraan aansluiten op de wachtlijst van 14 maanden. U bent toeverhuizer’ (tilflytter, ik heb hier geen Nederlands woord voor geloof ik) (dit was een maand voordat de papa weer aan het werk zou gaan en we dus opvang nodig zouden hebben)
  • ‘Nee, u krijgt de eerste 3 maanden geen subsidie voor een alternatief, u bent toeverhuizer’
  • ‘Ok we hebben wel een plek op 5 kilometer fietsafstand de stad uit’
  • ‘U moet langer wachten voor een plek dichterbij huis, u bent toeverhuizer’
  • ‘Nee als enige gemeente in het land subsidiëren wij geen toegezegde opvangplekken in buurtgemeenten’

Nu snap ik heus wel dat het -gezien de babyboom- niet heel makkelijk is om ineens 10, 20, 100 (ofzo) extra opvangplaatsen uit je hoge hoed te toveren. En ik snap ook dat we het nooit helemaal volgens ons ideaalplaatje zullen krijgen.

Even over solidariteit en belasting betalen enzo

Maar het onderwerp kinderopvang, dat begint en eindigt bij het solidariteitsprincipe van ‘iedereen betaalt belasting om kinderen en veilige en stabiele en pedagogische omgeving te bieden zodra ouders weer gaan werken’ is voor ons verworden tot iets dat wel heel erg ver van solidariteit afstaat. Het is nu een gevecht over interpretatie van regels, bezwaarschriften, geweigerde subsidies, en het gevoel dat ons welbevinden als burger er helemaal niet toe doet ‘want we doen het gewoon volgens de wet’. Ja ammehoela met je wet.

Goed. Tot zover. Tot een volgende keer, met een vrolijker onderwerp. (Kerst ofzo?) (Of onze nieuwe oppas die via dit blog hiernaartoe is getoverd misschien?).