klein Deens geluk

Grote en kleine inspiratie uit het gelukkigste land. Van smørrebrød tot windenergie.

Waarom ieder huis een paar nisser nodig heeft

Mijn eerste kerst hier keek ik mijn ogen uit. Het tweede jaar onderging ik het al wat meer gelaten. En dit jaar -mijn derde kerst hier- ben ik hard onderweg Deenser dan de Denen zelf* te worden.

Een kerstboom? Ja, leuk, en wel direct op 1 december graag! Adventskaarsen? Ja, tak (toegegeven: die komen vooral van de Duitse helft in mijn huishouden). Risalamande en gløgg? I love it! Julefrokost? Jippie, wanneer en met welk gezelschap? En haring in kerriesaus? Hoe meer, hoe beter.

Politiek incorrecte kerstslaven

Maar waar mijn kersthart écht week van wordt, dat zijn ‘nisser’. Ik schreef al eens eerder kort over ze (of: raadpleeg wikipedia). Ze zijn zwarte piet, maar dan half zo klein. En met een rode muts. Politiek incorrect, maar dan zonder racistische motieven. Een nisse is eerder lief en ondeugend, met geheime krachten die ze aanwenden als je ze niet goed behandelt. Hun nisse-hoed zit tot ver over hun ogen zodat het lijkt alsof de grote boze wereld volledig aan ze voorbij gaat, en met hun iets te dikke lijf zitten ze altijd een beetje onnozel in een hoekje, de wereld te observeren (als ze niet door de kerstman aan het werk gezet worden om kadootjes in te pakken). Overigens is de huidige kerstman (die door Coca Cola is bedacht, dat weten we allemaal) geïnspireerd door nisser. “Die rode kleuren en mutsen zijn zo gezellig”, vond de ontwerper destijds.

In de kersthemel

Om mijn Deense kersthobby luister bij te zetten, gingen we zaterdag naar de winkel ‘Det gamle apotek‘, de H&M van de kerstspullen. Kerstballen, kaarsen, kerstmannen, kerststerren grijnzen je toe, zo ver het oog reikt. Maar meer nog dan de kerstballen, werd ik genadeloos ingepalmd door de aanwezige gnomen. Het liefst had ik ze allemaal mee naar huis genomen, maar de afspraak met het thuisfront is dat we onze nissefamilie met maximaal 1 per jaar uitbreiden (we hebben er nu 4). Nogal restrictief beleid, vind ik, maargoed. Het is een beetje geven en nemen.

skiënde nisse

De ik-kan-heus-wel-skieen-ook-al-wordt-mijn-zicht-volledig-ontnomen-nisse.

nissekone

Mevrouw nisse (‘nissekone’). Ze heeft altijd twee vlechten in plaats van een baard.

IMG_0120

Nisse met de langste baard. Zo’n wijsneusderig dorps-oudste-type dat altijd gelijk heeft, lijkt me.

IMG_0119

Ho-ho-ho-nisse. De Winnie the Pooh onder de nisser. Tevreden zit hij, uitbuikend, te wachten tot zijn volgende bordje pap langsgebracht wordt.

IMG_0118

Kerstnisser zijn -in tegenstelling tot tuin- en andere soorten nisser- de enigen die ook een familie kunnen stichten. Dit zijn moeder-en dochternisse. Kindernisser mogen nog vrij en onschuldig de wereld inkijken. De nissehoed zakt pas later op de neus. Denk ik.

IMG_0117

Eskimo-neuzende nisser.

IMG_0116

Oma-nisse. Omdat ze geen rode hoed heeft maar een bruine, hoeft ze met kerst niet te werken. Ze is een algemene nisse, die (bijvoorbeeld) in de tuin werkt.

IMG_0115

Nog een moeder en dochter. Deze dochter is al wat ouder.

IMG_0114

De ik-heb-mijn-hoed-tenminste-keurig-op-orde-nisse. Maar wat er onder de hoed allemaal aan schunnige gedachten schuilgaat, dat weet natuurlijk niemand.

IMG_0113

De rondbuikige nisse die -afgezien van zijn grijze tenue- symbool heeft gestaan voor de kerstman.

IMG_0109

De advents-helper-nisse. Advent is hier -hiephoi- nog een excuus om je huis vol te stoppen met versiering.

 

* Zo’n proces, dat vergt nogal wat. Ik begon aan mijn vierde baan in 1 kalenderjaar, haalde mijn Deense taalbrevet met vlag en wimpel, durfde steeds vaker in het wild te oefenen, zocht nieuwe en oude hobbies, enzovoorts. Terwijl ik mijn weg probeerde te vinden in mijn eigen leven, ging het bloggen even niet zo. Ik weet niet of dat gaat veranderen in het nieuwe jaar. Ik hoop het. Voor nu: een fijne kerst en tot dan!

« »

© 2017 klein Deens geluk. Theme by Anders Norén.