Ik schreef in mijn vorige post enigszins ongenuanceerd dat ‘de Nederlandse nachtmis en een glühwein op het dorpsplein in het niet vallen‘ in vergelijking met Deense kersttaferelen.

Nu is nuance sowieso niet mijn sterkste kant – het moet wel een beetje interessant blijven hier op het internet- maar ik dacht: dat is eigenlijk best onaardig. Bovendien: een beetje ongefundeerd ook. Wat weet ik nou van kerstvieren in Nederland.

Maar toen las ik in de nieuwsbrief van de nieuwe school van de kleuter hoe de kerstviering er daar aan toegaat: trek je leuke kleren aan en breng een paar snacks mee. Daar kwam het eigenlijk op neer. Mijn hart huilde een beetje. Want hoewel er echt he-le-maal niks mis is met leuke kleren en snacks (het is absoluut feestelijk), is het gespeend van iedere traditie. En dat is, ehm, heel on-deens.

Daarom hier mijn dertien dingen waardoor alle andere kerstculturen in het niet vallen in vergelijking met de Deense, die bol staat van de tradities. De periode van 1 november tot 24 december is hier ieder jaar exact hetzelfde, in alle hoeken van het land, tot op de minuut nauwkeurig. En ik vind het heer-lijk. Het is niet voor niks dat ik tegen de makelaar die ons huis in juli te koop zette zei ‘nee zal best dat je het snel verkocht krijgt maar het is pas half januari beschikbaar’.

1. Julehygge

Julehygge betekent zoveel als ‘kerstgezelligheid’. Eigenlijk gewoon een kerstborrel. Hoe eenvoudiger en minder opsmuk hoe beter. Wij doen het jaarlijks met de buren, maar het kan ook met de kinderopvang of de kanovereniging. Je danst een rondje rond de kerstboom (als die er is), steekt buiten een vuurtje aan, eet een paar mandarijnen of pepernoten, drinkt een slokje gløgg en dat is het. De eerste keer met onze buren was overigens een daverend succes (maar wellicht kwam dat meer doordat we het binnenshuis deden en alle buren reuzenieuwsgierig waren naar waarom wij in vredesnaam de keuken aan de achterkant van het huis hadden geplaatst, terwijl de andere 14 huizen hem aan de voorkant lieten).

2. Santa Lucia

Nu de kleuter in de ‘grotekindergroep’ zit van kinderen die volgend jaar naar school gaan, mag ze ook Santa Lucia ‘lopen’ want dat is in haar kindergarten voorbehouden aan de oudsten. Kort gezegd: een witte jurk aan, een kaarsje vasthouden, en in het kader van het lichtjesfeest zingend een rondje lopen langs toeschouwers. Ieder jaar op 13 december, in de schemer. Hier in huis werd al weken geoefend, zoals je begrijpt, dus ik kan het lied inmiddels wel dromen. Het allerleukste: ze mocht ‘Luciapige’ zijn: het Luciameisje met de kaarsen op het hoofd.

3. Æbleskiver

Ze lijken een beetje op poffertjes. Smaken eigenlijk ook een beetje zo (ook al refereert de naam naar appels), vooral als je heel lang geen poffertjes hebt gehad. De fabrieksvariant is eigenlijk een soort zompige zoete spons. Niet te eten. Maar het hoort bij kerst als regen bij de herfst. Het liefst geserveerd op een slap papieren bordje, met poedersuiker en jam, terwijl je staat te verkleumen op een kerstmarkt. En altijd per 3 stuks.

(Gister toevallig weer poffertjes gehad trouwens. Poffertjes smaken toch echt veel beter dan æbleskiver).

4. Julekalenders

Oh, de kerstkalender. Ik wil nooit meer zonder. Aftellen van 1 december naar 24 december, met elke dag een vakje. Magie voor kinderen en volwassenen, en het maakt eigenlijk niet uit wat erin zit. Gedroogd fruitsnoep, chocola, blokjes lego, een handgeschreven briefje, of iets anders. I love it.

Ik last laatst over iemand die voor haar partner een kalender had gemaakt waarmee ze hem 24 dagen lang elke dag gelijk gaf in iets – ‘ja een trekhaak is handig’, ‘jouw achternaam is inderdaad mooier dan de mijne’, etc – zo’n kalender wens ik volgend jaar van mijn meneer te krijgen. Overigens is het begrip kerstkalender hier erg breed toepasbaar: op televisie vind je bijvoorbeeld ook elke avond een aflevering van een kerstkalenderprogramma. Onze kinderen zijn er nog iets te jong voor, dus we zijn er nog niet aan begonnen, maar wellicht beginnen we er volgend jaar uit heimwee mee.

5. Kerstmarkten

Niet echt Deens misschien, maar wel erg goed geadopteerd uit Duitsland: de kerstmarkt. Het is dan ook de perfecte combinatie van gezellige hygge, eten en drinken, en exuberant veel geld uitgeven aan duurzaam geproduceerde lokale dingetjes zoals bijenwasdoekjes, appelsap van de boer om de hoek of Deense designversiering voor in de kerstboom.

6. Aansteken van de kerstboom

Het eerste jaar dat ik hier woonde dacht ik nog: nounou wat een overdreven gedoe, een kerstboom áánsteken. Maar ergens kruipt die traditie erin, en ook dit jaar waren we (eigenlijk een beetje toevallig) er wederom getuige van. Iedere gemeente heeft een centrale boom, voor het gemeentehuis meestal, en het kerstseizoen wordt dan officieel afgetrapt door (meestal) de burgemeester. Onze gemeente is nog niet bevolkt door yuppen dus het kerstmarktje was heel onpretentieus, en daarmee het kerstboomgebeuren ook, maar dat maakt het eigenlijk des te leuker.

7. Julebryg

Ja, wat zal ik erover zeggen. Het begon met een ordinaire marketingstunt, al in de jaren ’70, van een van de grootste biermerken van het land, om het volk vanaf 1 november een extra reden te geven bier tot zich te nemen. Ieder jaar op 1 november (of de eerste vrijdagavond van november om het op school niet volledig te verpesten de volgende dag) is het J-dag: Tuborg lanceert daar zijn kerstbier met veel bombarie in alle kroegen van het land. Inmiddels, nu een genre op zichzelf geworden; kerstbier. Ieder zichzelf respecterende bierbrouwer, of je nu mainstream of micro bent, heeft jaarlijks een kerstbiertje uit te brengen. Sommige smaken niet bijzonder, andere doen een beetje denken aan winterbock. Ofzoiets (wat weet ik nou van bier).

8. Nisser

Een van die gebruiken die dit jaar voor het eerst begint te leven. Het zit namelijk zo: de hulpjes van de kerstman, dat zijn de nisser. Een soort kerstkabouters. Ze trekken bij je in op 1 december, maar je ziet ze nooit. Je kunt (moet) wel eten klaarzetten voor de nacht enzo, maar ze verstoppen zich op zolder (tot grote ontsteltenis van onze kleuter want we hebben helemaal geen zolder dus hoe kan dat nou?). En dan halen ze ‘s nachts streken uit. Afhankelijk van hoe chagrijnig ze zijn kan dat variëren van boos met een lepel in het rond slaan tot onderbroeken in de kerstboom hangen. Alle chocola opeten. De havermout blauw verven. En natuurlijk laten ze ook kadootjes achter.

Voor de ouders is het eigenlijk nog leuker dan voor de kinderen. Bovendien gelooft ons kind niet zo in magie (‘mama die chocola heb jij toch gewoon opgegeten’) dus wij moeten de show zelf gaande houden, maar dat maakt het niet minder leuk. We hebben ook een heel arsenaal aan decoratieve nisser, maar let wel: dat zijn dus niet de echte he (want die woont op zolder weet u nog?).

9. Risalamande

Als er 1 ding is waarvan ik nu al weet dat ik er volgend jaar november, als we in Nederland gesetteld zijn in ons nieuwe leven, een zeer plotselinge behoefte aan ga hebben, dan is het dit. Risalamande. Rijstepap met amandelen, room en warme kersensaus. Het is eigenlijk, net als ander Deens kersteten, niet eens heel bijzonder. Nouja, bomvol vetten en suikers, dat wel. Maar net als andere Deense kersttradities zit het bijzondere hem niet zozeer in de exclusiviteit, maar in de traditie. Ieder jaar. Met kerst. Eet je dit. Als dessert. En daarmee basta.

Ohja; in een van de schaaltjes is een vergeten hele amandel achtergebleven en degene die die vindt, krijgt de ‘mandelgave’ (amandelkado).

En ohja: iedere familie heeft zijn eigen recept en een van de twistpunten in huwelijken is dan ook vaak ‘welke van de twee familierecepten wordt ons eigen familierecept?’.

10. Kerstliedjes

We kennen allemaal Rudolf, en Mariah Carey, en Wham! als vaste onderdelen van het kerstseizoen. Of de wat stichtelijker liederen over stille nacht enzo. Maar: er is nog een derde genre. Zoek op spotify op ‘julesange’ en je komt in de wondere wereld van vrolijke kersthitjes die in niets doen denken aan de Mariah Careys van deze wereld. En dan vooral, mijn grote favoriet: de kinderliedjes. Over dat kerst tot pasen duurt, nisser die grød (pap) eten, of de liedjes van alle afleveringen van de julekalender televisieprogramma’s. De meeste van deze vrolijke popliedjes dienen als decor voor het dansen rond de kerstboom (hier vind je de top 10 liedjes die Denen zingen op kerstavond.

Mijn lievelingskerstliedje op dit moment.

11. Gløgg

Ook niet perse Deens, misschien. Of tenminste niet als je het aan mijn Duitser vraagt: die vindt het schandalig dat Denen het wagen dingen als amandelstukjes en rozijnen in de glühwein te gooien. En dan zo’n lepeltje. En de plastic bekertjes. Mij maakt het niks uit, eigenlijk. Het warmt hart, ziel en zaligheid dus met of zonder rozijnen: ik hou ervan. Gløgg vind je heel handig in kant-en-klare kartonnen pakken in de winkel, en de amandel- en rozijnenmix ligt ernaast. Hviid’s winstue in het centrum is de plek waar ze de beste huisgemaakte serveren, want ze doen er ook nog port en cognac in en dat is leuk want dan kun je ‘s middags na 1 gløgg al dubbelziend naar huis.

12. Kerstkoekjes bakken

Twee jaar geleden deden we op mijn werk een teambuilding-activiteit: julekonfekt maken. Julekonfekt is zoiets als kerstgebak. Patisserie. Koekjes en aanverwante dingen. Ik was helemaal enthousiast. Niet dat ik er goed in was, want erg creatief ben ik niet met mijn handen als ze niet aan een toetsenbord vastzitten, maar collega’s -vooral de designers- maakten geweldige creaties en bovendien is ouwehoeren met gesmolten chocola, marsepein, kleurstof en nougat bij de hand wel een beetje mijn ding. Ik kwam thuis, helemaal enthousiast over deze kerstige activiteit die ik ontdekt had, waarop de meneer zei: ja maar hoezo? Deed je dit niet als kind dan? Uh. Nee. Misschien zijn jullie allen in een kerstkoekjesbakwalhalla opgegroeid, maar ik had er nog nooit van gehoord.

Enfin: dit is dus wat men in Denemarken (en Duitsland, en misschien de rest van de wereld) doet, tijdens adventzondagen, met kinderen; koekjes versieren en bakken.

Graag gedaan.

13. Julepynt knutselen

Nog een in de categorie kneuterige zelfdoedingen: het knutselen van kerstdecoraties. Call me oldfashioned, maar ik ben niet zo geinteresseerd in kleurgecoordineerde kerstbomen en ieder jaar een ander thema. De kinderen komen al sinds babytijd met allerhande zelfgeknutselde kerstballen, hartjes, gekleide elanden en wat dies meer zij thuis, en ik vind het allemaal mooi. Så hyggeligt. Dit geknutsel gaat blijkbaar door tot in volwassentijd, want dan mag je hartjes, sterren en allerlei ander gezelligs maken op adventszondagen. Ook hier geldt: mijn creaties blinken niet uit, maar onder de noemer hygge doe ik overal aan mee, zelfs aan het knippen en plakken van een kersttrein.

Wat ik zeker weet: ik neem drie verhuisdozen vol nisser mee terug naar Nederland. En julepynt.

Misschien was ik er al mijn dertig jaar in Nederland blind voor, en bestaat er wel degelijks zoiets als Nederlandse kersttradities. Ik hoop het, want ik ben ik er in de afgelopen 8 jaar achtergekomen dat ik tradities heerlijk vind. En mocht het nou tegenvallen, dan weet ik wel welke dertien dingen ik volgend jaar implementeer in ons nieuwe leven. Of ik word zo’n seizoensmigrant: ik overwinter dan in ieder jaar in Denemarken, van 1 november tot 24 december.

Heb ik iets heel belangrijks over het hoofd gezien? Laat het me weten in de comments!

God jul!