Ik woon hier nu 8 jaar en 1 week.

En het is al 8 jaar en 1 week geweldig leuk: kerst vieren met risalamande, kerstmarkten, de beroemde julefrokost op het werk en een huis vol ‘nisser‘ die streken uithalen. De decoraties in Magasin of Illum, æbleskiver, gløgg. Kerst in Denemarken is echt next level. Daar vallen de Nederlandse nachtmis en een gluhwein op het dorpsplein bij in het niet.

Altijd een beetje vakantie…

Wat ook heerlijk is: altijd het gevoel hebben dat je een beetje op vakantie bent. Na 8 jaar in Denemarken staat me nog steeds op iedere straathoek een mini-avontuur te wachten: een uitdrukking die ik nog nooit gehoord had (‘det er bare nederen’: zoiets als dat is echt stom), een cabaretier die ik ontdek, een nieuw soort taart die schijnbaar iedereen kent en die ik voor het eerst eet: het verveelt eigenlijk nooit om in een cultuur te wonen die net niet helemaal je eigen is.

Waar ik ook van kan blijven genieten: supermarkten. Je weet hier nooit wat je krijgt. Ga je naar Netto, dan kun je zomaar thuiskomen met een volledige nieuwe keukeninboedel in Franse landelijke stijl. Een week later loop je het risico dat je een nieuwe kinderkamer hebt aangeschaft, inclusief Frozen verkleedset. De high-end supermarktketen Irma doet het net iets anders: je betaalt een fortuin maar vindt er pareltjes als zeewierpompoensalade of vegan leverpostej op basis van olijven. Heerlijk vind ik dat.

… en alles is gewoon goed voor elkaar.

De gewoonte van een warm lunchbuffet op het werk, daar kon ik ook makkelijk aan wennen. Voor een paar tientjes (werkgevers zijn verplicht een symbolisch bedrag te rekenen) per maand krijg je gezond middageten voorgeschoteld: vitamines, koolhydraten, proteinen, vezels: alles is vertegenwoordigd in warm, koud, zout en zoet (want donderdag is cakedag). De enige werkgever die ik hier had waar niet in lunch voorzien was, was -uiteraard- de Nederlandse ambassade.

De kwaliteit van leven, daar kan ook weinig tegenop. Om 3 uur kunnen weggaan van je werk zonder dat je daardoor belachelijk veel moet inleveren op carrieremogelijkheden. Relatief lang verlof na zwangerschap en bevalling. Gratis zorgverzekering. Gratis bibliotheken inclusief een overdaad aan culturele activiteiten. Kinderopvang voor 350 euro per maand, voor vijf dagen, inclusief luiers en warm eten.

Maar het is het net niet, allemaal.

Het is niet thuis.

Want we hebben hier niet onze village. De opa en oma van onze kinderen. De neefjes en nichtjes van onze kinderen. De vrienden die ik al 20 jaar heb. Een vanzelfsprekend netwerk. De gemoedelijkheid van Overijssel. Het gemak waarmee je in je eigen taal een praatje aanknoopt en een grapje maakt.

Bovendien: 3 reisdagen om 2 dagen kerstvakantie bij de ene familie en daarna 2 dagen kerstvakantie bij de andere familie te vieren, zijn gewoon stressvol en kostbaar.

En die maars begonnen zwaarder te wegen.

Tijdens de corona-isolatie, mét huilbaby en zónder familie om me heen, viel het ons extra zwaar. We realiseerden ons dat we hier weliswaar een sterk netwerk hebben, maar dat al dat netwerk bestaat uit vrienden die ook hun eigen dingetjes hebben. En dat dat met kinderen toch anders is. De village die je met kinderen nodig hebt, bleek niet zo dichtbij als we graag zouden willen.

Bovendien heb ik vanaf het begin met een disclaimer gezwaaid: ik vind het allemaal prachtig, dit Deense avontuur, maar als er praktische of emotionele redenen zijn waarom 8 uur rijden naar familie niet meer op te brengen is, dan wil ik terug.

En toen kwam Corona. Die babytijd. De kleuter die straks 5 is en het jaar erop naar school zou gaan. Ik heb zelf een slechte ervaring met schoolwissel, en wil mijn eigen kind dat besparen. Bovendien: ze is nu nog flexibel, maar met elk jaar dat we wachten is zij -en dus wij- meer geworteld in haar leven hier.

Dus daarom gaan we terug. Of beter gezegd: ik ga terug en neem drie nieuwe Nederlanders onder mijn arm mee.

De meneer vindt het allemaal reuzespannend: hij heeft hier nu 16 jaar gewoond en raakt een beetje uitgekeken op de Deense navelstaarderij en zelfgenoegzaamheid. De kleuter is meestal enthousiast dat ze straks dichtbij haar neefje, opa en oma en tante en oom woont en niet meer met het vliegtuig hoeft om er te komen (en soms realiseert ze zich dat ze haar beste vriendjes zal moeten missen en dan moet ze huilen). En de peuter vindt alles best, zolang er maar bananen (‘naani’) zijn.

Wat dit Deens/Duits/Nederlandse gezin dan gaat doen, vraag je je af?

Thuiswerken voor onze Deense werkgevers, maar dan in Dalfsen. Terug naar mijn roots. Toen ik 20 jaar geleden in Zweden studeerde, 15 jaar geleden in Den Haag aan het werk ging, 13 jaar geleden een project deed in Japan, 8 jaar geleden in Denemarken neerstreek, had ik het nooit gedacht, maar we hebben een huis gekocht op 25 kilometer afstand van mijn ouderlijk huis. In Overijssel. De cirkel is rond.

Ik kwam hier met een auto vol met kleren, een koffiezetapparaat en een paar wijnglazen, en vertrek met twee kinderen, een echtgenoot en 8 jaar klein Deens geluk in mijn bagage.

Wat ik met dit blog ga doen, dat weet ik eigenlijk nog niet. Ik vond de afgelopen jaren niet zoveel tijd om klein Deens geluk te documenteren, maar wellicht kwam dat ook doordat ik wat gewend raakte aan het leven hier. Het zou zomaar kunnen dat ik dit blog als het zover is ga omdopen tot klein Dalfs geluk, een plaats voor verwondering over Nederlandse eigenaardigheden.

Laat me in de comments weten waar ik vanaf 1 februari over moet gaan schrijven!