Als je migreert, kom je op zeker moment voor de keuze te staan in hoeverre je ‘like a local’ wilt en kunt zijn. Wilde ik voor Deens doorgaan, met alle gebruiken en gedragingen die daarbij horen? Bleef ik stug vasthouden aan een soort expatstatus – voor eeuwig op veilige afstand? Of koos ik een middenweg, met een beetje van beide?

Er zijn veel dingen die ik geweldig vind aan Deens zijn.

  • Men is hier goed van vertrouwen.
  • Heeft een ingebakken gevoel voor wat CDA’ers in Nederland met een vleugje spruitjeslucht rentmeesterschap noemen.
  • Men heeft een progressieve houding ten aanzien van (de meeste) mensenrechten en het (het meeste) milieu.

Maar er zijn ook veel dingen die ik ronduit stom vind.

  • De obsessie voor vlees. En voor dronkenschap.
  • Een aangeboren angst voor het vreemde.
  • Een vorm van chauvinisme die grenst aan nationalisme.

Terloopse kleine besluitmomenten

Dat keuzemoment of je wilt opgaan in je gastland, of niet, dat dient zich niet aan met een bureaucratisch formulier, met de post, na vijf jaar hier wonen, of als onderdeel van een aanvraag voor een permanente verblijfsstatus of paspoort. Het is meer een terloopse serie kleine besluiten.

Zoals ten aanzien van kerstdiners, bijvoorbeeld. Ik vind het wel charmant, dat ieder kerstdiner -en dan bedoel ik ook echt ieder kerstdiner vanaf mid november, zowel van de sportclub, het werk, de buurtvereniging als met de familie- exact hetzelfde opgebouwd is: visfilet, haring, roggebrood, gehaktbal, bruine aardappels, rode kool, etc. Maar ik kan me goed voorstellen dat je er liever je eigen draai aan geeft. Met een rollade. Een tiengangendiner met wijnarrangement. Of gourmetten.

Bam – daar ga je: heel erg ondeens.

Een wat luxere versie van het kerstdiner. Maar altijd geldt: brood met visfilet, brood met haring, brood met gehaktbal. En snaps en bier.

Of met de voorkeur voor alles puur natuur. Ongeparfumeerd, geen chemicalien, onnodige medicatie. Zeker, ik ben er ook voor, zo weinig mogelijk toevoegingen aan huidverzorgingsproducten, eten of wasmiddel. Ik gebruik ook geen Zwitsal (zeer on-Nederlands, dat dan weer wel) en geloof ook niet in medicaliseren. Maar die ruggenprik tijdens mijn tweede bevalling: ik had er niet zonder gekund. En ook vind ik voorgesneden groenten of kant-en-klaar-pakketten erg handig. Hier schil/was/snijd ik al mijn groenten zelf want voorbewerkt bestaat hier nauwelijks: zelf doen en authentiek staan erg hoog in het vaandel.

Bam – daar ga je: heel erg ondeens.

Pakken met zelfbakbroodmeel. Brunch, morgen, of namiddag: voor elk moment van de dag een andere zelfbakbol.

Ik voelde me niet echt Deens

Het was altijd een sluimerend gevoel: ik heb mijn huisje, boompje en beestje hier geweldig op orde en ben zeer tevree met hoe dit land in elkaar zit. Maar als mensen me vroegen of ik me dan Deens voelde, nou eh, soms, maar vaak ook niet nee. Meestal voel ik me Deens als ik Nederland even heel stom vind (polarisatie, bijvoorbeeld, of het zwartepietdebat, of de tenenkrommende betweterigheid) en Nederlands als ik Denemarken even heel stom vind.

Het beslissende moment

En toen kwam de dag dat we die vraag kregen. Het was eigenlijk maar een onbenullig vraagje, maar onbedoeld stelde hij ons voor de keuze of we willen zijn als de rest van de Denen, of dat we liever ons eigen ding doen.

Zouden jullie mee willen doen aan een lunchvoorziening van de børnehave, als we die zouden aanbieden?

Dat was de vraag. Van de børnehave (kindergarten) van de peuter.

In eerste instantie dachten we: handig! Dan hoeven we ons niet meer te bekommeren over iedere dag een lunchpakket voor de peuter met variatie, groenten, iets lekkers maar toch verantwoords, etcetera.

Lunchpakket met appelstroop op de boterham (dat we haar verkopen als ‘chocola’)

Je bent wat je eet

Toen gingen we nadenken. Wat we ons vooral afvroegen was ‘wat voor eten krijgt ons kind dan?’ en daar begon de twijfel. Toen de peuter nog naar de gastouder ging (Christina, een halve hippie die experimenteren met eten leuk vond en dan weer humus, dan weer groentesmoothies en een andere dag vis uit de oven of pompoensoep serveerde) was er geen twijfel: ze kreeg precies het soort eten dat wij haar ook zouden willen voorschotelen. Een beetje van het gezonde, een beetje van het Deense, en een beetje van het lekkere.

Maar wat al snel duidelijk werd is dat ze op die ene dag in de week dat ze naar de speelgroep ging, waar meerdere gastouders samen kwamen in een gemeentelijk speelhuis, een ander soort eten voorgeschoteld kreeg: brood met leverpostej, brood met makreel, brood met gehaktbal, brood met worst. Als decoratie was er dan soms komkommer en paprika.

Een wel érg Deens buffet

Kortom, er stond vlees, vis en vlees op het menu. En elke dag min of meer hetzelfde. Deenser dan dit kon je het niet krijgen. Erg gezond en gevarieerd was het niet, want welk kind eet uit zichzelf een handvol paprika of tomaat? Het onze niet, in ieder geval. Ik ben wel voorstander van groente en andere gezonde dingen wat spannender verpakken dan op een apart groentebord. Een rondje googelen toonde aan dat er weliswaar veel variatie is, tussen opvangplekken, zowel in prijs als in het soort eten, maar ik had er weinig fiducie in dat de børnehave in ons arbeiderswijkje meer dan de leverpostej en komkommer zou gaan aanbieden (ook omdat het aanbod alleen bestond uit koud buffet).

Als we een paar kilometer verderop hadden gewoond, had het er wellicht anders uitgezien: in een artikel in DR werden lunchdeals vergeleken op prijs en inhoud, en in Dragør (ook een voorstad van Kopenhagen, net iets verder dan waar wij wonen) kost het een ruime dkk 10.000 per jaar maar dan krijg je wel vijf dagen per week warm eten met veel variatie, van pitabrood met groenten tot falafel of kip. In Favrskov, in Jutland, dus meer platteland dan voorstad, betaal je minder dan de helft voor het wel érg Deense broodbuffet:

En zo kwam het, dat we vriendelijk bedankten voor het lunchaanbod (wat overigens nog best aan de prijs was voor een roggebroodbuffet; dkk 8000 per jaar, en komt qua prijs dus in de buurt van het vijf dagen warm eten in Dragør van hierboven).

Want nee, volledig Deens zal ik nooit worden. Voor mij is het een middenweg. Ik speek altijd Deens buitenshuis, doe hard mijn best te integreren in ons Deense arbeidersbuurtje, ben dol op kerstdiners, vooral de risalamande, maak mijn eten grotendeels zelf, dus puur natuur en øko, maar voor sommige Deense dingen -zoals natuurlijk bevallen en leverpostej- bedank ik vriendelijk.

Als de peuter roggebrood met leverpostej wil, dan vraagt ze daar maar om tijdens haar speelafspraak bij het buurmeisje. Dan geef ik ze op mijn beurt zelfgemaakte haverkoekjes of smoothie, als ze hier spelen.

zelf koekjes bakken