Als je hier een kind krijgt, dan heeft dat vanaf 6 maanden jong recht op gesubsidieerde kinderopvang. Die opvang is altijd 5 dagen per week, kost 350 tot 450 euro per maand voor de hogere inkomens (minder voor de lagere) wordt uitgevoerd en gecontroleerd door de gemeente en kan voor de categorie 0 tot 3 jaar grofweg twee vormen aannemen:

  • Een creche (vuggestue), met groepen van 12 kinderen en 3 volwassenen in een groot gebouw met een aantal andere groepen van ook 12 kinderen en 3 volwassenen. Lekker flexibel, lang open -tot 17 of 17.30- en er zit altijd wel iemand van je gading bij. Alleen: de pedagogen zijn vaak ziek, er is veel verloop, groepen worden vaak samengevoegd.
  • Een gasthouder (dagpleje), bij iemand aan huis, met maximaal 4 kinderen en 1 volwassene. Is de gastouder ziek of op vakantie, dan ga je naar het ‘gasthuis’ met alle andere kinderen. Omdat je bij iemand thuis bent, leer je het gezin kennen, maar ben je ook erg afhankelijk. Tref je iemand die niet echt bij je eigen persoonlijkheid en/of opvoedstijl past, dan heb je pech (en moet je verder zoeken).

Meestal mag je zelf kiezen. Beide soorten moeten aan dezelfde regels, pedagogische plannen, hygiene- en voedingsvoorschriften, jaarlijkse evaluatierondes, etcetera voldoen. Objectief gezien krijg je dus hetzelfde, of je nu voor vuggestue of gastouder kiest.

Maar subjectief zijn het twee verschillende werelden. Onze gemeente heeft een duidelijke voorkeur voor gastouders, dus wij kregen (na een boel geduw, getrek en stress vorig jaar) een plekje toegewezen bij Christina, een vrolijke ruimhartige semi-hippie die gediplomeerd pedagoog is en het niet kon aanzien dat de stillere kinderen op creches nauwelijks aandacht kregen. Daarom koos ze voor het gastouderschap.

Christina's huis is een soort gymzaal.

Christina’s huis is een soort gymzaal met boeken en puzzels.

En Christina, ze is geweldig.

  1. Ze stuurt ons massa’s foto’s van ons kind. Op de glijbaan, aan de eettafel, kusjes gevend aan haar beste vriendje N., schildpad-aaiend, op de trampoline springend, kleurend. We hebben daar nooit toestemming voor gegeven maar we weten dat ze ze alleen aan ons (en de andere 3 paar ouders) stuurt dus we vinden het best.
  2. Ze is het eens met onze ideeën over voeding. Ze heeft het zelfs voor elkaar gebokst dat ons kind standaard om roggebrood met humus vraagt in plaats van om een pølsehorn (worstebroodje), zoals de meeste Deense kinderen.
  3. Ze heeft verstand van kinderen opvoeden. Niet alleen omdat ze er zelf 3 heeft, maar ook omdat ze ervoor heeft geleerd en erop is geselecteerd door de gemeente. Zo leren we van haar hoe we onze peuter het beste kunnen bijbrengen dat een vriendje knuffelen een beter idee is dan datzelfde vriendje omverduwen. Enzovoort.
  4. Ze heeft zelf 3 kinderen. En de jongste is besties met onze peuter. Ze is een jaar of 10, en komt tijdig uit school (niet omdat dat moet, want ze kan gewoon naar de naschoolse opvang) om met alle kindjes te spelen. Het komt regelmatig voor dat wij ons kind ophalen en Christina in de keuken bezig is terwijl haar dochter de peuters bezighoudt met koprollen of puzzels of liedjes.
  5. Ze legt ons kind geduldig uit dat Christina’s huis weliswaar 4 slaapkamers heeft, maar dat háár slaapkamer toch echt in het huis van haar eigen papa en mama is (nadat ze op vanzelfsprekende toon vroeg ‘en ik dan?’ nadat Christina haar aanwees wie in welke kamer slaapt).
  6. Ze heeft genoeg aan een mondeling ‘ja is goed’ als ze ons toestemming moet vragen om ons kind na haar tweede verjaardag in een kinderwagen buiten te laten slapen. In een kinderwagen moet je namelijk in een riempje, en een kind ouder dan 2 mag je niet zomaar vastbinden want dat is een zelfstandige entiteit.
  7. Ze werkt 5 dagen per week van 6.30 tot 16.15, en zorgt daarnaast ook nog voor vers, lekker en gezond eten voor zowel haar eigen familie als haar extra familieleden. (Vraag: hoe uit je je waardering voor haar inzet zonder ongepast te doen? Wat is een gepast kerstkado voor een Christina?).
  8. Ze zegt bij alles dat onze peuter doet ‘god idé’ of ‘du er SÅ dygtig!’ (je bent zo slim!) zolang het geen omduwen van andere kinderen of iets van soortgelijke aard behelst. En navigeert dus schijnbaar moeiteloos tussen pedagogische leerdoelen en vrijheid-blijheid.
  9. Ze gaat met haar typerende ‘god ide!’ mee in onze wens om wasbare luiers te gebruiken. De regels schrijven voor dat ze niet in aanraking mag komen met luierinhoud en daarom besluit ze voortaan 2 plastic handschoenen aan te doen in plaats van 1, bij het verschonen.
  10. Ze maakt korte metten met ouders die de regels een beetje oprekken. Zoals onszelf. We haalden ons kind consequent om 16.13 op, met als gevolg dat ‘hoe was het vandaag’ en jas/schoenen aantrekken en de deur uitwerken er in 2 minuten doorgedrukt moesten worden. Christina zag dit een paar weken met lede ogen aan, kreeg er genoeg van, en zei: ‘joh, als het te stressvol is voor jullie om haar om 16.00 op te halen zodat er genoeg tijd is, moeten we de gemeente misschien om een plek vragen die langer open is’. Wij waren direct genezen.

‘s Ochtends bij het aankleden is het eerste waar de peuter om vraagt ‘pap!’ (havermout) en het tweede ‘Stina!’. Als het weekend is, raakt ze niet uitgepraat over Stina, Noah, Lukas en Naja. We moeten haar dan uitleggen dat het weekend is en dat ze daarom twee dagen met haar next-favourite mensen zit opgescheept.

Ik gun ieder kind een Christina.