Er zitten best wel een aantal smetjes op het geluksverhaal van Denemarken. Eén ervan is de alcoholconsumptie. Die is ietwat aan de hoge kant.

Ik ben niet de enige die dat opvallend vindt. Bijna alle niet-Denen die hier wonen spreken hun verbazing uit over het hedonisme dat de Denen aan de dag leggen in de buurt van alcohol. Het is bijvoorbeeld niet ongebruikelijk je op maandag ‘ziek’ te melden als je een leuk feestje hebt gehad. Ook de overheid is nu tot de conclusie gekomen dat de cijfers niet bepaald florissant zijn. En de Deense overheid zou niet Deens zijn als ze daar niet wat aan zou doen. Alles is maakbaar, immers?

Stinkflessen

Aldus stonden er gisteren 4.000 lege alcoholflessen te stinken op het centraal station in Kopenhagen. Eén voor iedere 145 probleemdrinkers in het land. Eentiende van de Denen consumeert ongezond veel. Of dat procentueel inderdaad veel meer is dan elders, is lastig te vergelijken. In Nederland zijn de cijfers 1 op 8. Maar in Nederland ben je al een zware drinker als je eens per week tenminste 6 borrels drinkt. Hier ligt dat wat genuanceerder: op basis van een lange vragenlijst over hoe vaak je drinkt, hoeveel en wat de gevolgen ervan zijn, wordt je drinkgedrag geclassificeerd als aan de hoge kant, schadelijk of afhankelijk.

585.000 alcohol-afhankelijken. Op 5 miljoen Denen. Dat is best veel.

585.000 Denen drinken zoveel dat het schadelijk is voor hun gezondheid of hun sociaal functioneren. Op 5 miljoen Denen is dat best veel.

Durf jij?

Het doel van de campagne, georganiseerd door de alcoholpreventiestichting Lænken, is alcoholgebruik en de schade die het kan aanbrengen, bespreekbaar maken. Wat ik wel opvallend vind, is dat het woord verslaving geen enkele keer valt. Er wordt vooral gewezen op de sociale en gezondheidsschade die alcohol kan aanrichten. ‘Durf jij erover te praten?’ hangt op alle hoeken van het flessenkunstwerk. Praten over alcohol en de effecten ervan helpt, schijnbaar. Met vrienden, met familie, en eventueel met hulpverleners. Aandacht trok het in ieder geval wel. De voorlichtingsmensen waren constant in gesprek, en de installatie deed iedere voorbijganger even stilstaan bij het effect van zoveel lege flessen bij elkaar.

Ook ik stond stil. En werd herinnerd aan onze eigen legeflessenvoorraad. En aan dat ik nog steeds niet weet waar de dichtsbijzijnde glasbak bij ons nieuwe huis is. “Toch eens naar op zoek gaan, die glasbak”, dacht ik. “Die flessen staan al weken in de weg.”