We hebben hier een vriendin, A., ze is Duits, en ze vindt Nederlands zo grappig. Als ze zich afvraagt hoe je een woord in het Nederlands zegt, dan gebruikt ze meestal het Duitse woord en zet er ‘tje’ achter. ‘Wat is dessert in het Nederlands? Dessertje? Hahahahaha.’ Ze vindt zichzelf dan heel grappig. (En als je A. zou kennen zou je dat ook vinden.)

Het Nederlands is natuurlijk een taal die is vergeven van de verkleinwoorden. Meisje. Babietje. Fietsje. Vriendinnetje. Huisje. Toetje. Doekje.

(Kom bij mij overigens niet aan met ‘collegaatje’. Dat kan de feminist in mij niet aan – het feit dat je een vrouwelijke collega kleiner maakt maar dat nooit bij een mannelijke collega zou doen. Enfin. Ander verhaal.)

Zo verzacht je dingen in het Deens eigenlijk óók, bedacht ik me.

Ik dacht na over het gegrinnik van vriendin A. en bedacht: in het Deens heb je iets soortgelijks. Een voor- (geen achter-)voegsel dat je kunt gebruiken om je woorden een beetje minder gewicht te geven, of minder agressief over te willen komen.

In het Deens zeg je:

  • Småsyg (ziek).
  • Småforkølet (verkouden).
  • Småsulten (honger of trek).
  • Småsur (boos).
  • Småfornærmet (geïrriteerd).
  • Småforelsket (verliefd).

Små is de meervoudsvorm van klein (je zegt bijvoorbeeld små hænder, kleine handen), en je kunt het eigenlijk voor een heel aantal woorden zetten die een fysieke- of gemoedstoestand aanduiden. Je zou het kunnen vergelijken met hoe wij ‘een beetje’ gebruiken in het Nederlands.

  • Een beetje ziek.
  • Een beetje verkouden.
  • Een beetje trek.
  • Een beetje boos.
  • Een beetje geïrriteerd.
  • Een beetje verliefd.

Toch is ‘små’ anders dan ‘een beetje’: de toevoeging ‘een beetje’ zetten we in het Nederlands vaak in als verzachtende omstandigheid voor de spreker – wanneer we niet te agressief willen overkomen gooien we er ‘een beetje’ in en dan kunnen we zeggen wat we willen. Zoiets als ‘met alle respect, maar…’. Ik was maar een beetje te laat. Ik vind dat een beetje vreemd. Hij moet zich een beetje inhouden.

Met ‘små’ is dat toch anders. Door ‘små’ te gebruiken, koop je niet zozeer je eigen uitspraak af maar vraag je sympathie voor de onbeduidendheid van je gevoel of staat van zijn. Het is er wel maar toch eigenlijk ook niet want het is ‘små’, dus let maar niet op mij, ok? Ik ben småsulten dus een snoepje zou er wel ingaan, misschien. Ik ben småsyg maar het komt waarschijnlijk door dat biertje teveel van gisteren dus het is misschien ook mijn eigen schuld. Laten we het vooral hyggeligt houden.

Of misschien, nee, is het toch anders.

Want al googelend kwam ik uit op småsvindel, ‘een beetje zwendel’. Daar maak je je blijkbaar schuldig aan als je als voormalig premier je opvolgster in het openbaar kritiek geeft voor een gebrek aan transparantie tijdens de coronapandemie terwijl je zelf het land de Irakoorlog hebt ingezwendeld.

Dus dat je niet helemaal integer bent, maar nog geen maffiabaas bent zeg maar. Lars Løkke Rasmussen, dat is eigenlijk een zwendelaartje.

Dessertje is dan toch wat makkelijker uit te leggen.