Ik schreef eerder over wat ik het allermeest ga missen aan wonen in het buitenland. Maar er is nog veel meer, natuurlijk, dat het dagelijks leven hier zo fijn maakte. Hieronder een poging. Opdat ik het niet vergeet.

Fatsoen.

In mijn eerste jaren hier moest ik er altijd een beetje om lachen, hoe veel Nederlanders Denemarken zien als het Nederland van de jaren vijftig. Maar dan modern en een beetje progressief maar niet té. Een keurig aangeharkt land waar je je fiets niet op slot hoeft te zetten en waar boerenwinkeltjes onbemand zijn, met het geldbakje langs de kant van de weg. Oudewijvengezeur vond ik dat eigenlijk. Nu ben ik zelf zo’n oud wijf. Want het is zo. Men gedraagt zich hier fatsoenlijk. Er is zelfs een heel mooi woord voor: anstændighed.

  • Er staan in onze straat leentrailers op de parkeerplaats. En die worden niet gestolen.
  • Ik verloor een keer mijn Deense verzekeringsbewijs (gele kaart) op straat. Daar staat je CPR nummer op en dat is heel erg privacygevoelige informatie. Een half uur later belde de buurvrouw om te zeggen dat ze hem door de bus had gegooid.
  • In het openbaar vervoer is het ongebruikelijk dat mensen lawaai maken. Muziek hard aan hebben, of op luide toon onsmakelijke gesprekken voeren: het is gewoon not done.
  • Op straat is het (meestal) schoon. Ok, behalve op mooie zomerdagen als de parken verdrinken in lege pizzadozen waarvoor geen plek meer is in de prullenbakken.
  • Kunst in de openbare ruimte wordt niet gesloopt. Het blijft gewoon kunst.
Geen peuken op het strand – leen een asbak, værsgo. En het werkt.

Hoe goedkoop het leven hier is.

Nee, dit is geen tikfout. Niemand gelooft dit natuurlijk nadat ze een keer boodschappen hebben gedaan bij Irma. Of een middagje op een Kopenhaags terras doorbrachten. Maar toen ik ons nieuwe financiële plaatje in euro’s op een rijtje zette, viel me dat eigenlijk helemaal niet mee. Het is geen fabeltje: de belasting die je hier betaalt, lijkt écht nuttig besteed te zijn. (en nee, de belastingdruk is, afhankelijk van hoe je het meet, hier helemaal niet zo belachelijk hoog in vergelijking met Nederland, dat is dus wél een fabel).

Wat is het?

Zorgverzekering

Kinderopvang pre

Kinderopvang post

Warm eten op werk

Bibliotheek

Kosten Nederland

250

1800 (zonder toeslag)

1100 (met toeslag)

Kan dit?

4 (alleen boeken)

Kosten Denemarken

Gratis

Weten we niet

450

40

Gratis, inclusief knutselhoek, speelhoek, poppentheater

Worklifebalance.

Ook wel: om 3 uur weg kunnen lopen van je bureau zonder dat er iemand vragen stelt of zogenaamd grappige verwijzingen maakt naar ‘of je tegenwoordig halve dagen werkt’. Je bent hier namelijk helemaal niet stoer als je om 6 uur nog op kantoor zit. Meestal word je aangekeken alsof je iemand bent die geen vrienden, verkering of familie heeft en heel sneu alleen op de bank een pizza naar binnenschuift om 8 uur ‘s avonds. En geen vrienden, verkering of familie hebben is erg. Alleen een pizza naar binnenschuiven is erg. Op de bank eten is erg. Want eten en drinken, dat doe je aan een gezellig gedekte tafel, op een designstoel, onder een designlamp, in het gezelschap van mensen die je lief zijn. Dat vinden alle Denen, of ze nu CEO van een groot bedrijf zijn of vuilnisophaler.

koffie denemarken
Een beetje werkgever hier biedt zijn werknemers niet alleen goede koffie en lunch aan, maar ook ontbijt.

Het nut van buitenlucht.

Ik kijk er erg naar uit om wat dichter bij echte natuur te wonen straks, want hoewel Kopenhagen een groene stad is, is uitgestrekte natuur voor ons niet echt om de hoek. Het strand is weliswaar 1.5 kilometer van ons huis maar toen we een keer een Fransman op bezoek hadden die aan de Atlantische oceaan woont, moest hij heel hard lachen om ons gebruik van het woord ‘strand’. Een stukje opgespoten zand, noemde hij ons Amager Strand.

Wat Denen wél tot in hun diepste vezels hebben zitten, is een besef van de waarde van buitenlucht. De uitspraak ‘slecht weer bestaat niet, alleen slechte kleding’ had ik nog nooit gehoord voor ik in Scandinavië kwam wonen en sindsdien hoor ik hem minstens 1x per week. Ook kinderopvanginstellingen, de alomtegenwoordige ‘flyverdragt’ en de maat van kinderwagens getuigen hiervan. Op creches is het eerste wat ouders meekrijgen een lijstje met buitenkleding die vereist is, en nummer 1 op de lijst tussen oktober en april is de flyverdragt (het skipak). Onze kinderen hebben heel lang zelfs geen ‘normale’ winterjassen gehad. En dan die kinderwagens: zo groot dat zelfs een kind van drie er nog een middagslaapje in kan doen – want dat moet natuurlijk buiten (op het balkon of in de tuin).

Biologisch eten.

En dan dat andere groen: biologische producten. Biologisch vlees, boter of havermout in de supermarkt zijn hier net zo normaal als mosterd bij je kroketje. Als je onze koelkast opentrekt, is meer dan de helft van de producten biologisch en dat is eigenlijk niet eens omdat we er zo bewust voor kiezen maar gewoon omdat het allemaal voor het grijpen ligt. Er is geen aparte afdeling in de supermarkt, maar je hebt gewoon de normale en de biologische variant naast elkaar en bio kost niet veel meer dan niet-bio, dus de keuze wordt gemakkelijk gemaakt.

Wat overigens ook erg interessant is, dat de consumentenbond hier met regelmaat onderzoek doet naar het aantal giftige stoffen in etenswaren. Een algemeen geaccepteerd feit is dat aardbeien of frambozen uit Duitsland consistent meer bestrijdingsmiddelen bevatten – of het waar is of niet, weet ik niet, maar elke Deen die ik ken koopt per definitie Deense aardbeien want wat van over de grens komt, is niet te vertrouwen, dat weet iedereen.

deense aardbeien

Zomerhuizen.

De zomerhuisvakantie is mijn lievelingsvakantie. Het is een beetje hetzelfde als in corona-isolatie gaan, maar dan op een Deens eiland, vlakbij de zee of een bos en in een zomerhuis met (weer die) gezellig gedekte tafels, designstoelen, designlampen en in het gezelschap van je naasten. In de auto ernaartoe heb je karrenvrachten eten, drinken, alcohol, gezelschapsspelletjes, boeken, speelgoed voor de kinderen, wandelschoenen, sportschoenen, en dat is het eigenlijk. Het zou best eens kunnen dat er in Denemarken relatief weinig gemopperd is op de zoveelste coronalockdown omdat het eigenlijk hun favoriete state-of-mind is. Maargoed, dat is speculeren.

(Overigens is dit precies wat de meeste Denen bij de eerste lockdown deden: ze pakten hun werklaptop in en alle andere hierboven beschreven zaken in, en brachten van maart tot mei thuiswerkend door in hun zomerhuis).

U begrijpt: wij hebben de voor de paasvakantie alvast een zomerhuis in Sønderjylland gereserveerd.

Ons zomerhuis in Skagen (pasen 2015) tussen de bosjes op de heide bij het strand.

Het tempo.

Ik weet nog hoe mijn eerste ervaring met de Scandinavische kalmte was. Ik stond als uitwisselingsstudent in Uppsala, Zweden, in de ICA, en er stond een oudere mevrouw voor me die een bepaald bedrag moest betalen. Heel rustig stond ze al haar kronen bij elkaar te zoeken (het was voor de tijd van apple pay of swish of mobilepay of wat dan ook). Ik stond achter haar en een paar andere mensen. Terwijl ik bezig was mijn geduld te verliezen, stonden die andere mensen daar gewoon. Te staan.

Zo is het hier in Denemarken ook. Het concept drie in de rij, kassa erbij, daar heeft men hier nog nooit van gehoord. En dat is eigenlijk toch prachtig? Want die twee minuten, daar ga je vandaag echt het verschil niet maken (tenzij je een arts op de intensive care bent en levens moet redden maar dan sta je waarschijnlijk niet in de rij). En in die twee minuten kun je dus heerlijk even niks doen. Bestuderen hoe onhandig ze de winkel hebben ingedeeld bijvoorbeeld (Deense supermarktindelingen, dat is echt een vak apart. Er staat echt nooit iets logisch bij elkaar en in geen enkele winkels is de logica hetzelfde.)

De kindvriendelijkheid.

Een bibliotheek die is ingericht als kinderspeelplaats met knutselhoek en verkleedkleren. Musea die allemaal een kinderprogramma hebben in schoolvakanties (en buiten schoolvakanties is er altijd wel een hoekje waar kinderen met het thema van het museum aan de slag kunnen). ‘Barselscafe’ (verlofcafe) overal, voor de -meestal- moeders die met verlof zijn en samen ergens koffie willen kunnen drinken met hun babies in kinderwagen op de stoep. ‘Bemande’ speeltuinen met de wereld aan fietsjes en speelkarretjes om gratis te lenen. Een ‘kinderkulturhuis’ met muziekvoorstellingen, tentoonstellingen of driedaagse theaterfestivals voor een tientje.

Kinderen hebben hier een vanzelfsprekende plek in het openbare leven. Van moeders die een jaar met verlof zijn, kun je immers niet verwachten dat die dat volledige jaar thuis doorbrengen en het lijkt alsof de voorzieningen die daarop inspelen, doorwerken tot in alle leeftijdscategorieen. Ik heb natuurlijk geen idee hoe het in Nederland is – ik hoop dat ik positief verrast word.

Het zijn ook de kleine dingen: een paar stickers voorin de metro zodat kinderen zich helemaal het baasje kunnen voelen als metrobestuurder.

Tradities.

Het nieuwe jaar begint met fastelavnsboller. Dan is het carnaval, het begin van de vastentijd, waarop kinderen verkleed gaan de kat uit de ton mogen slaan. Dan wordt het pasen, en dan kun je je -als een soort kerstfeest light- weer te buiten gaan aan veel eten, snaps en paasbier. Daarna is er het konfirmationsseizoen, de studenterkørsel (als de middelbarescholieren student worden), het sankt hans nu-is-het-zomer-feest, een eindeloze zomer waar je altijd erwten, aardbeien en kersen langs de kant van de weg koopt en zelf rabarber of vlierbessensap maakt, en dan is het aftellen naar kerst met hulp van nisser, æbleskiver enzovoorts. Het nieuwe jaar luid je in door om 6 uur naar de koningin te luisteren, te herhalen hoe geweldig ze is, en daarna Dinner for One te kijken, om vervolgens om middernacht van een verhoginkje af te springen (kan een stoel zijn, of de bank, of gewoon een vloerkleed). Verjaardagen worden gevierd met een verjaardagstreintje, fødselsdagsboller, laagjescake.

Een doop, bruiloft, sterfgeval: alles heeft zijn eigen eten, woorden, gebruiken en rituelen. Ik was er nooit zo van maar zie nu toch wel de waarde. Rituelen werken verbindend en zorgen ervoor dat we als mensen, tja, het gevoel krijgen dat het allemaal niet compleet nutteloos is allemaal. De Denen zijn daar echt meesters in en ik ben van plan minstens de helft van hun rituelen mee terug te nemen want ik houd ervan.

Sankt Hans: midzomerfeest

Fastelavnsboller.

Ik kan er niet zoveel meer over zeggen dan dat de periode tussen 1 januari en vastenavond, dus 40 dagen voor Pasen, caketechnisch de beste tijd is om in Denemarken te verblijven. Vind ik althans. Het komt bovendien goed uit dat ik een broertje dood heb aan dingen als dieetvoornemens of schuldgevoelens over eetfestijnen in december: de fastelavnsbolle is gewoon hemels.

Welke fastelavnsbolle is de beste? Dit zijn de traditionele – dan heb je ook nog de versie met room of de Zweedse semla.

Deens spreken.

Ik heb de taal in het begin vervloekt. Het duurde minstens een jaar voor ik chocola kon maken van het journaal, bijvoorbeeld. En minstens nog een jaar voor ik vrijuit durfde te spreken. Maar toen het eenmaal ging, had ik er lol aan. En -eerlijk is eerlijk- het maakte me ook trots dat ik nu zo’n expat was die het wél gelukt was en dat ik niet meer mee hoefde te mopperen tijdens meetups met andere gefrustreerde taalleerders.

Bovendien: het is heel leuk om via een nieuwe taal ook stukje bij beetje een cultuur steeds verder te ontrafelen. Ik ga dat ontzettend missen. Een uitdrukking als ‘at spænde ben for’ gebruiken. Of ‘småsulten’. Enzovoorts. Of de blik van een Deen als je in het Engels begint en daarna in hun eigen taal verder gaat en ze gewoon niet begrijpen waarom iemand de moeite zou nemen om hun ‘lillebitte’ taal vloeiend te leren spreken.

Ik zal het uiteraard blijven gebruiken tijdens vakanties en misschien bij het kijken van Deense series, maar dan wordt het een wat dode taal: we wonen immers niet meer tussen moedertaalsprekers.

slutspurt eindsprint

Ineens hoef je hier niet meer om te giechelen.

Supermarkten.

Nog zoiets dat vervloekt wordt door veel expats. Want Deense supermarkten zijn rommelig, ze hebben meestal een zeer karig assortiment, het wisselt van week tot week, en de kwaliteitscontrole is er matig tot slecht. Het gebeurt met regelmaat dat frambozen die je koopt de volgende dag allemaal op een wit bedje schimmel liggen.

Maar ik houd ervan. Van de toevalsfactor waar je je aan overgeeft als je besluit in real life boodschappen te gaan doen in een Deense supermarkt. Het aanbod is er allesbehalve beperkt tot twee monopolisten die min of meer hetzelfde concept uitmelken, zoals in Nederland bij Jumbo en Albert Heijn. En dat ik dan maar kan kiezen uit twee soorten chocoladepasta in plaats van uit vijftien, dat neem ik dan maar voor lief.

Netto. Ook voor al uw gezellige houtvuurtjes. Naast de eieren en de melk (maar alleen op dinsdag tussen 9 en 11 verkrijgbaar want zolang de voorraad strekt).

Winterzwemmen.

Het duurde wel een tijdje voor ik om was. We woonden al een tijdje aan het strand, en ik wist van het bestaan van de winterzwemvereniging met sauna, maar ik dacht: daarvoor moet je een vikingbrevet hebben en dat heb ik niet. Ik weet nog hoe ik me voelde toen ik de eerste keer ging met vriendin A. Ik was hooked. Het contrast tussen warm en koud geeft je lijft een adrenalineshot waar je de hele dag op kunt teren. Het kost niks en je hoeft er niet voor naar een wellnesscenter.

Ik ben geen fanatieke winterzwemmer maar wel een enthousiaste. Dit zeezwembad ligt op 1.5 kilometer van ons (straks oude) huis en ik doe wat ik kan om daar tijdens lunchpauzes, nu ik toch thuiswerk, naartoe te rennen, er even in te springen, en dan weer naar huis te rennen.

Mooie dingen.

Design is hier overal. Simpel, elegant, verweven in het dagelijks leven op een manier die het niet zichtbaar, maar wel leefbaar maakt. De PH lamp. Strandvoorzieningen zoals Sneglen, hierboven. Stoelen. Bibliotheken. Bloemenvazen. De onderkoeldheid van Deens design, maar dan doorgetrokken in alle details van het dagelijks leven, is ongeëvenaard.

Voor stilisten en puristen: PH 5.

Overzichtelijkheid.

De overzichtelijkheid van ‘het systeem’. Je hebt hier geen honderdduizend manieren om je leven in te richten. Werk ik drie dagen of vijf? Gaat mijn kind naar opa en oma of naar de opvang? Wat voor hypotheek wil ik? Wil ik een Daltonschool of een katholieke? Moet ik toeslag X, Y en Z aanvragen of alleen Z? Welke login moet ik waar gebruiken?

Hier is alles gewoon hetzelfde voor alles en iedereen. Iedereen werkt vijf dagen. Alle kinderen gaan vijf dagen naar de opvang – opa en oma zijn er voor ziektedagen of voor een dagje vrij tussendoor. Hypotheken kun je krijgen in de vorm van een obligatielening van de staat en die sluit je af via een bank – de opties zijn minimaal. Vaste of variabele rente, en deels aflossingsvrij of niet. Scholen zijn -op een enkele priveschool voor Montessori of Vrijeschool na- standaard ‘folksekole’: overheidsscholen met allemaal ongeveer dezelfde grondslag. Als je heel specifieke ambities hebt, kom je er waarschijnlijk niet aan je trekken, en als je weinig specifieke ambities hebt, waarschijnlijk ook niet. Toeslagen bestaan eigenlijk niet, en als ze bestaan, dan krijg je ze als subsidie automatisch verrekend met de rekening die je via automatische incasso betaalt, of je krijgt aftrekposten door de belastingdienst alvast vooraf ingevuld want ze weten alles van je. Inloggen bij je bank, verzekeringswebsite, huisarts, gemeente, pensioenfonds, makelaar, verloskundige, covid-testresultaat, hypotheekakteregister: je doet het allemaal met dezelfde login. Keurig met dubbele verificatie via een apart appje.

(En nee, zorgen over privacy hebben Denen niet anders zouden kranten veel voller staan van kleine en grote probleempjes bij het digitaliseringsagentschap).

Last but not least: kerst.

Heb nu alweer zin in november.