klein Deens geluk

Grote en kleine inspiratie uit het gelukkigste land. Van smørrebrød tot windenergie.

Hoe mijn Nederlands versloft tot een vorm van Denerlands

Meertaligheid voor kinderen is 1 ding. Maar meertaligheid op latere leeftijd, waarbij je moedertaal een andere is dan die van het land waar je als gezin functioneert, iets anders.

Na meer dan 7 jaar hier vergeet ik Nederlandse uitdrukkingen, of gebruik verkeerde werkwoorden. Soms tot mijn ergernis -ik ben een taalliefhebber en verwatering van taalbeheersing vind ik niet iets op trots op te zijn- maar ook vaak tot mijn eigen vermaak. Want mijn Nederlands klinkt inmiddels een beetje Denerlands.

Van stoffig schooldeens…

De eerste 2 jaar dat ik hier woonde, was ik een beetje bang voor het Deens. Mijn perfectionisme in combinatie met mijn taalgevoel maakten dat ik het weliswaar snel leerde, maar niet durfde te gebruiken. Dus haalde ik de hoogste cijfers voor mijn examen, maar leerde het toch niet echt gebruiken. Maar vanaf het moment dat ik zwanger was van de eerste, veranderde dat, want alle doktersafspraken gingen gewoon in het Deens. Met mijn toestemming uiteraard, maar toch overkwam het me een beetje. En zo was het krijgen van een kind heel letterlijk de sleutel tot mijn taalintegratie.

… tot het inzicht dat het allemaal niet zo perfect hoeft

Inmiddels ben ik afgestapt van mijn perfectionisme. Het is goed genoeg, mijn taalbeheersing, een beetje rommelig misschien. Mensen kunnen me geografisch vaak niet helemaal plaatsen (ben je Zweeds? Of Færøes?), en dat is prima. Eigenlijk wel leuk, zelfs. Want waarom zou ik Deenser dan de meeste Denen moeten klinken? Soms denk ik zelfs in het Deens. Als het over schoolkeuze gaat, eten maken, of een kaartje kopen voor de trein. Van die dagelijkse dingen.

Zo is ons taalgebruik thuis een mengelmoesje geworden van Deens, Nederlands en Duits, en Engels er natuurlijk ook nog bij. Engelse uitdrukkingen worden vertaald naar het Deens, en Deense naar het Nederlands.

Maar uiteindelijk blijft Nederlands natuurlijk mijn moerstaal. Het is de taal die ik thuis met mijn kinderen spreek, met mijn familie en vrienden aan de telefoon, en de taal waarin ik het liefst schrijf, lees en droom.

Woordverwarring

Echter zijn er wel wat oneffenheden in die lievelingstaal geslopen.

De werkwoorden bijvoorbeeld

Ik zeg bijvoorbeeld vaak ‘dat bestem ik’, in plaats van ‘dat beslis ik’. Tegen de kleuter lukt het me vaak nog net op tijd om mezelf tot de orde te roepen, want haar taalbeheersing is grappig genoeg juist heel puur. Zij vertaalt dingen niet in haar hoofd, zoals ik wel vaak doe, maar ze bouwt simultaan parallelle systeempjes op, dus als ze eenmaal geleerd heeft dat wat in het Deens ‘bestemme’ is, in het Nederlands ‘beslissen’ is, dan zal ze dat niet snel meer fout doen.

Dat leidt overigens wel tot grappige situaties als het paralelle systeempje nog niet helemaal solide is opgebouwd. Gisteravond tijdens het avondeten zei ze: ‘Mama weet je Birk was bij zijn opa en oma en toen was hij geslagen, en dat deed heel veel pijn!’. Iedereen aan tafel stil natuurlijk (mijn meneer verstaat genoeg Nederlands om te begrijpen hoe lastig deze situatie is). ‘Had iemand Birk geslagen? Of was Birk gevallen?’ ‘Nee hij was gevallen natuurlijk!’. ‘At slå sig’ betekent ‘zich pijn doen’ maar dat was voor haar heel snel vertaald in ‘was geslagen’ (op zich wel correct vervoegd, wat dan wel weer indrukwekkend is).

Andere voorbeelden: ‘ik zal je wijzen hoe je dat moet doen’ (‘vise’ – laten zien), of ‘ja dat was de speeltuin die ik meende’ (‘mene’ – bedoelen).

Of opvulwoordjes

Als je mijn Nederlandse taalgebruik in deze bubbel een tijdje zou observeren, zal het misschien opvallen dat ik niet zo ‘bij’ ben met de laatste uitdrukkingen. Wel zul je me heel vaak ‘nåh’ horen zeggen. Als reactie op iemand, als twijfelend begin van een zin, of als teken van verwondering. ‘Nåh, wat een verrassing!’ of ‘Nåh, daar moet ik even over nadenken hoor.’

Ik denk dat je een Nederdeen die zich probeert voor te doen als Nederlander vlekkeloos kunt herkennen aan het veelvuldige gebruik van ‘nåh’ als opvulmiddel.

Of standaarduitdrukkingen

‘Dat gaat hard’ ben ik verleerd als standaarduitdrukking. In plaats daarvan zal ik eerder zeggen ‘er zit vaart in’ want dat ligt dichter bij het ‘der er fart på’. Het is natuurlijk niet verkeerd, maar ik voel me dan een beetje als die taalklungelige tante die al 45 jaar in Australië woont. En eigenlijk ben ik dat natuurlijk ook gewoon (al is het geen 45 jaar en geen Australië).

Of ‘hoe heb je het?’ in plaats van ‘hoe gaat het?’. Van ‘hvordan har du det’? De kleuter heeft zelfs een hele tijd gezegd ‘gaat het goed?’ als begroeting van iedereen in haar Nederlandse taalbubbel omdat de buurvrouw ons standaard begroette met ‘går det godt?’.

Ook zeg ik soms merkwaardige dingen als ‘ik ga een toer’. Jullie zullen best begrijpen dat ik een blokje om ga, of op stap, of zoiets, maar het klinkt natuurlijk heel vreemd. ‘Gå’ = gaan = lopen, en ‘tur’ = een ritje, een rondje.

Of voorzetsels

We kwamen Filuca tegen ‘op’ de speeltuin. Want je gaat hier niet naar de legeplads, maar ‘på’ (op), en tja, kijkend naar de speeltoestellen waar ze het liefste op klimmen, geeft dat ook wel een beetje mening (‘det giver mening’).

De kleuter leert dingen ‘in’ de school. Hier ga je niet naar school, maar in school. Overigens heeft het Deense voorzetselsysteem me nog steeds niet helemaal aan haar zijde, want of het nu ‘i biografen’ en ‘på restaurant’ is of andersom, dat kan ik nog steeds niet onthouden.

Ik hoorde overigens ook een keer een Nederlands kind zeggen dat het nu iets ‘op Deens’ (‘på dansk) gaat zeggen in plaats van ‘in het Deens’. Dat klopt dan natuurlijk wel weer precies.

Wel of niet vertalen?

En dan zijn er de onvertaalbare begrippen, waarbij ik me niet eens aan een Nederlandse versie waag. Hygge, natuurlijk het bekendste onvertaalbare begrip. Ik zal nooit gezellig of cosy zeggen als ik gewoon hygge bedoel. Of donderdagavond, als voorschot op het weekend. Dat heet bij ons nooit donderdagavond, maar altijd ‘little friday’ of ‘lille fredag’. De ‘frugtpose’: het zakje om het fruit in te doen, voor in de fruitpauze in de kindergarten. Fruitzakje klinkt toch heel gek in mijn oren. ‘Madpakkehus’, kwam ik vorige week tegen tijdens een wandeling. Een eenvoudige overkapping in de natuur, waar je aan een tafeltje je lunchpakket kunt opeten als je met de familie ‘op tur’ bent. Lunchpakkethuis klinkt dan toch heel vreemd.

Soms doe ik het bewust wel

Toch gebeurt het ook vaak dat ik een uitdrukking bewust wel vertaal, gewoon omdat het charmant kan zijn. ‘Dankjewel voor vandaag!’ als manier om je waardering uit te drukken voor iets dat je samen gedaan hebt. Nogal vreemd natuurlijk, in een Nederlandse context, dat weet ik wel, maar ik ben zo gewend geraakt aan ‘takken’ voor alles, dat het een voor de hand liggende manier is om afscheid te nemen na een leuk dagje uit. En ik vind het ook wel heel attent, eigenlijk.

Vaak komt het ook gewoon doordat de Deense uitdrukking gewoon heel raak is.

Ik bedoel: ‘op toer gaan’ is sneller gezegd dan ‘een uitstapje maken’.

«

© 2021 klein Deens geluk. Theme by Anders Norén.